BV oprichten

Boekhouding

Wanneer is een fiscale eenheid voor de VPB zinvol voor uw BV-groep?

Wanneer is een fiscale eenheid voor de VPB zinvol voor een Nederlandse BV-groep? Bekijk het voordeel van verliescompensatie, de tariefschijf-kosten en een uitgewerkte break-evenberekening.

15 min.

Fiscale eenheid VPB voor jouw BV-groep

Intro

Een fiscale eenheid voor de VPB kan een Nederlandse bv-groep in het ene jaar duizenden euro’s besparen en in het volgende jaar juist geld kosten. De uitkomst hangt af van de winsten en verliezen binnen de groep, de beschikbare tariefschijven en de plannen met de afzonderlijke bv’s.

Het is daarom geen automatische verbetering voor iedere ondernemer met een holding en meerdere werkmaatschappijen. Het is ook geen regeling die u per definitie moet vermijden. De fiscale eenheid heeft een duidelijk financieel omslagpunt dat u met enkele cijfers kunt berekenen.

In dit artikel leest u wat de regeling precies doet, welke voorwaarden gelden en welke twee berekeningen bepalen of zij voordelig is. Ook bespreken we drie belangrijke voordelen, drie wezenlijke nadelen, veelgemaakte fouten, de officiële aanvraagprocedure en de gevolgen van ontvoeging.

Voor welke keuze komen ondernemers met meerdere bv’s te staan?

Vrijwel iedere ondernemer met meer dan één bv krijgt vroeg of laat de vraag of een fiscale eenheid verstandig is. Meestal stelt de accountant die vraag. Soms komt zij van een investeerder, bank of medeoprichter die wil weten hoe verliezen en belastinglasten binnen de groep worden verdeeld.

De vraag klinkt technisch, maar begint met een concrete vergelijking. Zijn sommige groepsmaatschappijen winstgevend terwijl andere verlies maken? Of behalen meerdere bv’s ieder zelfstandig een hoge winst? Dat verschil bepaalt vaak of de fiscale eenheid direct voordeel of juist een jaarlijks tariefnadeel oplevert.

Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting behandelt de gevoegde maatschappijen voor de winstberekening alsof zij samen één belastingplichtige vormen. De resultaten van de dochtermaatschappijen worden toegerekend aan de moedermaatschappij. De moeder doet vervolgens één VPB-aangifte voor de fiscale eenheid.

Juridisch blijven de bv’s afzonderlijke rechtspersonen. Iedere bv houdt haar eigen contracten, bezittingen, schulden, bankrekeningen, personeel en aansprakelijkheden. Ook de afzonderlijke commerciële administratie en jaarrekening blijven nodig.

Fiscaal verandert er wel veel. Winsten en verliezen van gevoegde maatschappijen worden binnen hetzelfde jaar samengevoegd. Onderlinge transacties zijn voor de winst van de fiscale eenheid in beginsel niet zichtbaar zolang de eenheid bestaat, al kunnen bij ontvoeging correcties en sanctiebepalingen gelden.

Voor toetreding moet aan meerdere voorwaarden tegelijk worden voldaan. Volgens de Belastingdienst moet de moedermaatschappij minimaal 95% van de aandelen in de dochtermaatschappij bezitten. Zij moet daarnaast recht hebben op minimaal 95% van de winst en het vermogen en minimaal 95% van de stemrechten uitoefenen.

Het officiële aanvraagformulier verduidelijkt dat de moeder op het voegingstijdstip de gehele juridische en economische eigendom van ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal moet bezitten. Alleen naar het economische belang kijken is dus niet voldoende.

Moeder en dochter moeten in beginsel dezelfde boekjaren en winstbepalingen hanteren en feitelijk in Nederland zijn gevestigd. Ook gelden eisen aan de rechtsvorm. Een dochter is doorgaans een bv of nv, of een daarmee vergelijkbare buitenlandse rechtsvorm.

Voor internationale groepen bestaan uitzonderingen. Nederlandse kleindochtermaatschappijen kunnen onder voorwaarden via een EU-tussenmaatschappij worden gevoegd. Ook Nederlandse zustermaatschappijen met dezelfde EU-topmaatschappij kunnen in bepaalde gevallen een zusterfiscale eenheid vormen. De buitenlandse tussen- of topmaatschappij behoort dan zelf niet tot de Nederlandse fiscale eenheid.

De Engelse bron stelde dat iedere STAK ergens in de eigendomsketen de fiscale eenheid automatisch onmogelijk maakt. Dat is te absoluut. Een STAK die de aandelen juridisch houdt, kan wel degelijk verhinderen dat de beoogde moedermaatschappij zelf aan het vereiste van juridische én economische eigendom voldoet. De exacte uitkomst hangt daarom af van de aandelenstructuur, certificering en positie van de beoogde moeder.

Belangrijk: laat een structuur met een STAK, buitenlandse tussenholding, verschillende aandelenklassen of winstrechten vooraf toetsen. Een economisch belang van 95% betekent niet automatisch dat ook aan alle juridische bezits-, stemrecht- en vermogenseisen wordt voldaan.

Een fiscale eenheid is niet noodzakelijk permanent. Zij kan op verzoek worden beëindigd en eindigt ook wanneer niet langer aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer een externe investeerder een belang verwerft waardoor het bezit van de moeder onder 95% daalt.

Om die keuze goed te beoordelen, moet eerst duidelijk zijn waarom de groep uit een holding en werkmaatschappijen bestaat. Het artikel over de verschillen tussen een holding bv en werkmaatschappij legt die basis uit.

Welke berekening bepaalt of de fiscale eenheid voordeel oplevert?

De financiële hoofdvraag komt neer op één vergelijking die u ieder jaar opnieuw kunt maken. De fiscale eenheid voegt de resultaten samen. Daardoor kan een verlies in de ene bv onmiddellijk worden verrekend met de winst van een andere gevoegde bv.

Tegenover dat voordeel staat het verlies van afzonderlijke lage tariefschijven. In 2026 bedraagt de VPB 19% over de eerste €200.000 van het belastbare bedrag en 25,8% over het meerdere. Zonder fiscale eenheid heeft iedere zelfstandig belastingplichtige bv haar eigen tariefopstap. Binnen een fiscale eenheid geldt de opstap één keer voor het gecombineerde resultaat.

Voorbeeld 1: één winstgevende en één verlieslatende bv

Stel dat een groep een winstgevende werkmaatschappij en een nieuwe start-up-bv heeft. De werkmaatschappij behaalt €180.000 winst. De start-up maakt in hetzelfde jaar €90.000 verlies.

Zonder fiscale eenheid betaalt de winstgevende bv 19% VPB over €180.000:

  • Belastbare winst: €180.000

  • VPB tegen 19%: €34.200

  • Het verlies van €90.000 blijft bij de start-up en kan niet direct met de winst van haar zuster worden verrekend

Het verlies kan onder de regels voor verliesverrekening mogelijk naar toekomstige winsten van de start-up worden doorgeschoven. Dat levert echter pas voordeel op wanneer diezelfde bv later voldoende belastbare winst behaalt. Gaat de activiteit nooit winst maken of wordt zij beëindigd, dan kan het economische voordeel van het verlies beperkt blijven.

Met een fiscale eenheid worden de resultaten in hetzelfde jaar gecombineerd:

  • Winst werkmaatschappij: €180.000

  • Verlies start-up: €90.000 negatief

  • Gecombineerd resultaat: €90.000

  • VPB tegen 19%: €17.100

De directe besparing bedraagt €17.100. Dat is precies 19% van het verlies dat binnen de fiscale eenheid meteen tegen de groepswinst kan worden benut.

De timing maakt dit voordeel waardevol. De groep hoeft niet te wachten tot de start-up zelfstandig winstgevend wordt. De lagere belasting volgt in het jaar waarin de winst en het verlies tegelijkertijd ontstaan.

Voorbeeld 2: twee zelfstandig winstgevende bv’s

Draai de situatie nu om. Twee werkmaatschappijen behalen ieder precies €200.000 winst en er zijn geen verliezen.

Zonder fiscale eenheid gebruikt iedere bv haar eigen lage tariefschijf:

  • Eerste bv: 19% van €200.000 = €38.000

  • Tweede bv: 19% van €200.000 = €38.000

  • Totale VPB: €76.000

Met fiscale eenheid bedraagt de gecombineerde winst €400.000. De groep krijgt maar één tariefopstap:

  • Eerste €200.000 tegen 19% = €38.000

  • Resterende €200.000 tegen 25,8% = €51.600

  • Totale VPB: €89.600

De fiscale eenheid kost in dit voorbeeld €13.600 extra per jaar. Dat bedrag is het verschil van 6,8 procentpunt over de tweede €200.000, omdat de tweede zelfstandige tariefschijf verdwijnt.

De beslisregel is daarmee helder, maar niet absoluut. Een groep met een betekenisvol actueel verlies bij één bv en winst bij een andere bv kan sterk profiteren. Een groep waarin meerdere bv’s ieder structureel rond of boven €200.000 verdienen, ondervindt meestal een tariefnadeel.

U moet ook rekening houden met voorvoegingsverliezen. Verliezen die al bestonden voordat een maatschappij in de fiscale eenheid kwam, kunnen niet zonder meer vrij tegen alle groepswinsten worden afgezet. Voor die verliezen gelden toerekeningsregels die voorkomen dat oude verliezen door voeging onbeperkt binnen de groep worden verplaatst.

Daarom is dit geen beslissing die alleen bij oprichting wordt genomen. Een start-up die in jaar één €90.000 verliest, kan in jaar drie de meest winstgevende groepsmaatschappij zijn. De fiscale eenheid die eerst €17.100 bespaarde, kan later jaarlijks €13.600 of meer kosten.

Maak minimaal bij iedere begroting en jaarafsluiting drie scenario’s:

  1. De verwachte belasting zonder fiscale eenheid per afzonderlijke bv

  2. De verwachte belasting op het gecombineerde resultaat

  3. De kosten en risico’s van toetreding, interne transacties en een toekomstige ontvoeging

Wie de VPB-tarieven en aangifte eerst breder wil begrijpen, kan daarnaast lezen wat de Belastingdienst verwacht bij een eerste VPB-aangifte.

Welke drie voordelen en drie nadelen zijn het belangrijkst?

De fiscale eenheid levert drie duidelijke voordelen op, maar brengt ook drie wezenlijke kosten en risico’s mee. Geen van de voordelen ontstaat automatisch in iedere groep. Geen van de nadelen is alleen theoretisch.

Het eerste voordeel is horizontale verliesverrekening. Een actueel verlies van de ene gevoegde maatschappij verlaagt in hetzelfde jaar de winst die aan de moeder wordt toegerekend. Dit kan een direct liquiditeitsvoordeel geven.

Dat is vooral nuttig wanneer onzeker is of de verlieslatende bv later zelfstandig genoeg winst maakt. Zonder fiscale eenheid blijft het verlies bij die bv. Met fiscale eenheid kan het in het lopende jaar tegen resultaten van andere gevoegde maatschappijen werken, binnen de toepasselijke fiscale regels.

Het tweede voordeel is een eenvoudiger VPB-aangifteproces. De moedermaatschappij doet één aangifte voor de fiscale eenheid. De dochtermaatschappijen bestaan fiscaal nog wel, maar zijn niet zelfstandig aangifteplichtig zolang zij zijn gevoegd.

Dit betekent niet dat de administratie van de dochters kan verdwijnen. Iedere bv houdt een eigen boekhouding en jaarrekening. De groep moet bovendien fiscale consolidatiegegevens, onderlinge aansluitingen en toerekening van de gezamenlijke belastinglast kunnen onderbouwen.

Het derde voordeel betreft onderlinge transacties. Resultaten op transacties tussen gevoegde maatschappijen worden tijdens het bestaan van de fiscale eenheid in beginsel niet als externe groepswinst belast. Dat kan interne reorganisaties en vermogensoverdrachten eenvoudiger maken.

De Engelse bron stelde dat interne activaoverdrachten, management fees en leningen helemaal geen VPB-gevolgen hebben. Dat is te ruim. Onderlinge posten worden voor de fiscale winst van de eenheid geëlimineerd, maar de civielrechtelijke transacties, administratie en zakelijke voorwaarden blijven relevant. Daarnaast kunnen renteaftrekbeperkingen en andere wettelijke regels nog steeds spelen.

Bij vermogensoverdrachten is artikel 15ai Wet VPB bijzonder belangrijk. Wanneer een maatschappij binnen de wettelijke sanctietermijn wordt ontvoegd nadat een vermogensbestanddeel intern is verschoven, kan alsnog een herwaardering naar de waarde in het economische verkeer plaatsvinden. De stille reserve wordt dan belastbaar.

Het eerste nadeel is het verlies van meerdere lage tariefschijven. Een groep met drie winstgevende bv’s kan buiten de fiscale eenheid drie keer de 19%-schijf benutten. Binnen de fiscale eenheid bestaat maar één tariefopstap voor het totale belastbare bedrag.

Dit nadeel verschijnt niet als afzonderlijke factuur. Het zit ieder jaar stil in de VPB-berekening. Daardoor kan een fiscale eenheid jarenlang blijven bestaan terwijl de oorspronkelijke verliesreden al is verdwenen.

Het tweede nadeel is aansprakelijkheid. Maatschappijen binnen een fiscale eenheid kunnen onder de invorderingsregels aansprakelijk worden gesteld voor de VPB-schuld van de fiscale eenheid. Een belastingrisico dat economisch bij één onderdeel ontstond, kan daardoor verhaalbaar zijn op vermogen van een andere groepsmaatschappij.

Banken en investeerders kunnen daarom vragen naar de fiscale eenheid en eventuele openstaande VPB-posities. Bij een financiering of verkoop is het verstandig om beschikkingen, aangiften, aanslagen en interne belastingafspraken direct beschikbaar te hebben.

Het derde nadeel komt vaak pas bij ontvoeging aan het licht. Interne activaoverdrachten, reorganisaties en fiscale boekwaarden moeten dan opnieuw worden beoordeeld. Stille reserves die tijdens de eenheid niet zichtbaar werden belast, kunnen door de sanctiebepalingen alsnog tot een afrekening leiden.

Let op: verkoopt de holding meer dan 5% van de aandelen in een gevoegde dochter, dan kan het 95%-vereiste worden doorbroken. De fiscale eenheid eindigt voor die dochter op het moment dat niet langer aan de voorwaarden is voldaan. Beoordeel vóór de transactie de gevolgen voor verliezen, interne overdrachten en artikel 15ai.

Een formele tax-sharing agreement kan vastleggen hoe de gezamenlijke VPB-last intern wordt verdeeld. Daarmee voorkomt u discussie over de vraag welke bv welk deel aan de moeder betaalt. Zo’n overeenkomst neemt de wettelijke aansprakelijkheids- en ontvoegingsrisico’s echter niet weg.

Onderdeel

Mogelijk voordeel

Mogelijk nadeel

Verliesverrekening

Directe verrekening van actuele groepsverliezen met groepswinsten

Voorvoegingsverliezen blijven beperkt toerekenbaar

VPB-tarief

Lagere belasting als verliezen direct worden benut

Slechts één 19%-schijf tot €200.000 voor de hele eenheid

Onderlinge transacties

Interne resultaten worden tijdens de eenheid in beginsel geëlimineerd

Mogelijke afrekening en herwaardering bij ontvoeging

Aangifte

Eén VPB-aangifte door de moedermaatschappij

Fiscale consolidatie en afzonderlijke administraties blijven nodig

Aansprakelijkheid

Gezamenlijke fiscale positie

Invorderingsrisico kan andere groepsmaatschappijen raken

Flexibiliteit

Voeging en beëindiging zijn op verzoek mogelijk

Voorwaarden, terugwerkende kracht en sanctietermijnen beperken de vrijheid

Hoe deze fiscale risico’s zich verhouden tot de civielrechtelijke bescherming van een bv, leest u in de vergelijking bv of eenmanszaak.

Welke fouten maken oprichters bij deze beslissing?

De meest voorkomende fout is aannemen dat een fiscale eenheid altijd beter is zodra een holdingstructuur bestaat. Dat klopt niet. De regeling werkt uitstekend in een specifieke combinatie van winst en verlies, maar kan ongunstig worden zodra meerdere bv’s zelfstandig winstgevend zijn.

De eerste fout is te vroeg aanvragen zonder meerjarenprognose. Een nieuwe werkmaatschappij maakt in het eerste jaar vaak verlies door personeel, productontwikkeling en commerciële opbouw. Dat verlies kan tijdelijk zijn.

In jaar drie kan dezelfde bv winstgevend worden. Vanaf dat moment kan het voordeel van verliesverrekening verdwijnen terwijl het nadeel van één gezamenlijke tariefschijf ontstaat. Wie alleen naar jaar één kijkt, mist dit omslagpunt.

Bereken daarom niet alleen de actuele aangifte. Maak een scenario voor minstens drie jaren met afzonderlijke winstprognoses per bv. Neem ook mee wat er gebeurt wanneer een activiteit sneller groeit, wordt beëindigd of aan een investeerder wordt verkocht.

De tweede fout is de uitgang niet modelleren voordat de groep toetreedt. Een fiscale eenheid aanvragen is administratief overzichtelijk. Ontvoegen kan veel complexer zijn omdat oude transacties en fiscale posities opnieuw aandacht vragen.

Denk vooraf na over activa die mogelijk tussen bv’s worden overgedragen, intellectuele eigendom, leningen, vastgoed en voorgenomen verkoop van een werkmaatschappij. Een directe belastingbesparing kan relatief klein worden wanneer de groep later door artikel 15ai moet herwaarderen.

De derde fout is de fiscale eenheid VPB verwarren met de fiscale eenheid voor de btw. Het zijn afzonderlijke regimes met verschillende voorwaarden, procedures en gevolgen.

Voor de btw draait de beoordeling om financiële, economische en organisatorische verwevenheid. Voor de VPB gaat het onder meer om het 95%-aandelenbezit, stemrecht, winst- en vermogensgerechtigdheid, boekjaren en winstbepalingen.

Een groep kan voor de VPB wel kwalificeren en voor de btw niet, of andersom. Het bestaan van de ene fiscale eenheid bewijst niets over de andere. Ook de aansprakelijkheidsgevolgen en behandeling van onderlinge prestaties verschillen.

De vierde fout is aannemen dat iedere STAK-structuur per definitie ongeschikt is. De juiste vraag is wie de juridische en economische eigendom van de relevante aandelen bezit. Certificering kan de vereiste eigendom bij de beoogde moeder doorbreken, maar u moet de concrete akten en rechten beoordelen.

De vijfde fout is alleen de belastingbesparing berekenen en geen rekening houden met administratie, aansprakelijkheid, financieringsvoorwaarden, voorvoegingsverliezen en de verkoopstrategie. Het optimale antwoord is daarom niet altijd het antwoord met de laagste VPB in het eerste jaar.

Het verschil tussen het dagelijkse administratieve werk en deze fiscale structuurbeslissing is precies waarom de keuze tussen een accountant en boekhouder relevant is. Voor de aanvraag, verliesregels en ontvoegingsrisico’s is doorgaans fiscaal advies nodig.

Hoe vraagt u een fiscale eenheid aan en wat gebeurt daarna?

De Engelse bron vermeldde dat een gewone brief volstaat en dat geen officieel formulier bestaat. Dat is niet actueel. De Belastingdienst publiceert officiële formulieren voor het verzoek om een fiscale eenheid VPB.

Deel A bevat de gegevens van de moedermaatschappij. Voor iedere dochtermaatschappij vult u afzonderlijk deel B in. Deel C gebruikt u wanneer een toe te voegen dochter al moedermaatschappij is van een bestaande fiscale eenheid met eigen dochters.

De ingevulde formulieren moeten worden afgedrukt, ondertekend en verzonden naar het belastingkantoor waaronder de moedermaatschappij valt. De Belastingdienst vermeldt dat zij binnen acht weken op het verzoek beslist.

Het formulier vraagt onder meer naar het gewenste voegingstijdstip, de RSIN’s of fiscale nummers, feitelijke vestigingsplaatsen, rechtsvormen, boekjaren, eigendomsdatum en toepassing van bijzondere fiscale regimes. Bij een gewone moeder-dochterfiscale eenheid moet u de juridische en economische eigendom aantonen.

Het gewenste voegingstijdstip kan in beginsel niet eerder liggen dan drie maanden vóór de datum waarop het verzoek wordt ingediend. De relevante regel is dus niet uitsluitend gekoppeld aan de acquisitiedatum, zoals de Engelse bron suggereerde.

Wilt u voegen vanaf het moment waarop de moeder de aandelen verkrijgt, dien het verzoek dan uiterlijk binnen drie maanden na dat gewenste tijdstip in. Wacht u langer, dan kan de fiscale eenheid niet met volledige terugwerkende kracht tot de overnamedatum ingaan.

Een voeging kan ook tijdens het boekjaar plaatsvinden. Het deel van het boekjaar vóór de voeging vormt fiscaal een afzonderlijke periode. Dat kan gevolgen hebben voor verliesverrekening, reserves en andere regels waarin het begrip ‘jaar’ belangrijk is.

Na goedkeuring doet de moedermaatschappij één VPB-aangifte voor het gevoegde resultaat. De dochters zijn niet meer zelfstandig aangifteplichtig voor de VPB, maar houden hun eigen administratie en commerciële jaarrekening.

De Belastingdienst legt de aanslag voor de fiscale eenheid op naam van de moedermaatschappij op. De groep bepaalt intern hoe de last wordt verdeeld. Leg deze verdeling vast op een consistente en zakelijke manier, bijvoorbeeld in een tax-sharing agreement.

Beëindiging kan op gezamenlijk verzoek plaatsvinden of automatisch wanneer niet langer aan een voorwaarde wordt voldaan. Een verzoek tot beëindiging kan niet vrijblijvend met iedere gewenste terugwerkende kracht worden gebruikt. Stem het gewenste ontvoegingstijdstip vooraf af.

Bij een geplande verkoop van een werkmaatschappij moet de volgorde zorgvuldig worden bepaald. Breng vóór ondertekening van de transactie alle interne vermogensoverdrachten, fiscale boekwaarden, stille reserves, verliezen en onderlinge posities in kaart.

De enkele beëindiging betekent niet dat iedere interne transactie automatisch wordt belast. De uitkomst hangt af van de wettelijke voorwaarden, de betrokken vermogensbestanddelen en de verstreken termijn. Dat is precies waarom een verkoopscenario vooraf moet worden doorgerekend.

Wie de groep nog moet oprichten, kan eerst lezen hoe het tegelijk oprichten van een bv en holding praktisch werkt. De fiscale eenheid komt pas daarna als afzonderlijke keuze in beeld.

Bereken het voordeel voordat u de aanvraag indient

De fiscale eenheid VPB is geen val en ook geen standaardbest practice. Zij bespaart direct belasting wanneer actuele verliezen van de ene bv tegen winsten van een andere bv kunnen worden gebruikt. Zij kost juist geld wanneer meerdere bv’s hun eigen lage tariefschijf verliezen.

De kernberekening duurt maar enkele minuten. De echte beslissing vraagt meer: een meerjarenprognose, controle van de bezitsvoorwaarden, analyse van voorvoegingsverliezen en een plan voor investeerders, interne activaoverdrachten en ontvoeging.

Herhaal de berekening ieder jaar. Een groep verandert. Nieuwe activiteiten worden winstgevend, andere worden beëindigd en investeerders kunnen de 95%-grens doorbreken. Een regeling die bij aanvang logisch was, hoeft dat drie jaar later niet meer te zijn.

Wilt u de berekening voor uw eigen groep laten maken en de administratie per bv correct laten aansluiten? Plan een demo met Neno, dan bekijken we de resultaten, verliezen en structuur per entiteit.

Bent u nog bezig met de groepsstructuur, dan kan Neno ook helpen bij het oprichten van een bv en het inrichten van zakelijke rekeningen en administratie voor iedere entiteit.

Veelgestelde vragen

Wat is een fiscale eenheid VPB?

Dit is een Nederlandse regeling waarbij de resultaten van gevoegde dochtermaatschappijen voor de VPB worden toegerekend aan de moedermaatschappij. De moeder doet één gezamenlijke VPB-aangifte, terwijl de bv’s juridisch afzonderlijk blijven bestaan.

Wat houdt het bezitsvereiste van 95% in?

De moeder moet de gehele juridische en economische eigendom bezitten van minimaal 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal. Dat bezit moet ook minimaal 95% van de stemrechten en het recht op minimaal 95% van de winst en het vermogen vertegenwoordigen.

Kan een STAK onderdeel zijn van de structuur?

Een STAK maakt niet automatisch iedere fiscale eenheid onmogelijk. Houdt de STAK juridisch de aandelen, dan kan de beoogde moeder echter niet aan het vereiste van juridische en economische eigendom voldoen. Laat de concrete certificerings- en eigendomsstructuur beoordelen.

Wat is het belangrijkste voordeel?

Het belangrijkste voordeel is meestal de directe verrekening van een actueel verlies bij de ene gevoegde maatschappij met winst van een andere maatschappij in hetzelfde jaar.

Wat is het belangrijkste nadeel?

De fiscale eenheid heeft maar één lage VPB-schijf. Wanneer meerdere bv’s zelfstandig winstgevend zijn, kan het verlies van hun afzonderlijke tariefopstappen meer kosten dan de verliesverrekening oplevert.

Hoe werkt de 19%-schijf binnen de fiscale eenheid?

In 2026 wordt de eerste €200.000 van het gecombineerde belastbare bedrag belast tegen 19%. Het deel boven €200.000 wordt belast tegen 25,8%, ongeacht hoeveel bv’s zijn gevoegd.

Is een fiscale eenheid VPB hetzelfde als een fiscale eenheid voor de btw?

Nee. Het zijn afzonderlijke regelingen met verschillende voorwaarden, aanvragen en gevolgen. Kwalificatie voor de ene regeling betekent niet dat de groep ook voor de andere kwalificeert.

Hoe vraag ik een fiscale eenheid VPB aan?

Gebruik de officiële formulieren van de Belastingdienst. Vul deel A in voor de moeder en een afzonderlijk deel B voor iedere dochter. Druk de formulieren af, laat beide maatschappijen ondertekenen en stuur ze naar het bevoegde belastingkantoor.

Wat gebeurt er wanneer de fiscale eenheid eindigt?

De maatschappijen worden weer zelfstandig aangifteplichtig. Verliezen, fiscale boekwaarden, interne transacties en mogelijke toepassing van artikel 15ai moeten worden beoordeeld. Stille reserves kunnen onder voorwaarden tot een belastbare herwaardering leiden.

Beëindigt een minderheidsinvesteerder de fiscale eenheid?

Dat kan. Daalt het kwalificerende bezit van de moeder door de investering onder 95%, dan eindigt de fiscale eenheid voor die dochter automatisch. Beoordeel de fiscale gevolgen vóórdat de aandelen worden geleverd.

Portrait of Nick

Written by

Nick Knuppe

CEO en oprichter

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.