Boekhouding
EU-loontransparantie: wat verandert er voor Nederlandse werkgevers?
De EU-richtlijn voor loontransparantie is vanaf 1 januari 2027 van kracht voor Nederlandse werkgevers. Bekijk wat er verandert voor vacatures, loonverschillen en geheimhouding van salarissen.
•

Intro
Een Nederlandse werkgever kan straks niet meer volstaan met “salaris indicatief” en kandidaten vervolgens in het ongewisse laten. Een werknemer die vermoedt minder te verdienen dan een collega met hetzelfde of gelijkwaardig werk, krijgt een formeel recht op vergelijkende looninformatie. En een bepaling die werknemers verbiedt hun eigen salaris bekend te maken om hun recht op gelijke beloning af te dwingen, biedt de werkgever geen bescherming meer.
Dit volgt uit Richtlijn (EU) 2023/970, de Europese Richtlijn loontransparantie, die op 10 mei 2023 is vastgesteld. De uiterste implementatiedatum was 7 juni 2026, maar Nederland heeft die niet gehaald. Het wetsvoorstel Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen is op 21 mei 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. De beoogde Nederlandse ingangsdatum is 1 januari 2027, maar op het moment van schrijven moeten de Tweede en Eerste Kamer het voorstel nog behandelen. Die datum staat dus nog niet definitief vast.
De Nederlandse wetgever kiest niet voor één volledig nieuwe, zelfstandige wet. Het voorstel wijzigt onder meer de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de ondernemingsraden. De nieuwe verplichtingen worden daardoor onderdeel van juridische kaders waarmee Nederlandse werkgevers al werken. De Europese Commissie kan Nederland aanspreken op de te late implementatie, maar voor werkgevers blijft vooral van belang welke verplichtingen uiteindelijk in de aangenomen Nederlandse wet staan en wanneer die wet daadwerkelijk in werking treedt.
Tot dat moment geldt het bestaande Nederlandse verbod op ongelijke beloning onverkort. Werkgevers mogen de aangekondigde wet dus niet lezen als toestemming om pas vanaf 2027 naar onverklaarde loonverschillen te kijken. De richtlijn voegt vooral transparantie-, rapportage- en handhavingsmechanismen toe aan een beginsel dat nu al bestaat.
Wat verandert er en wanneer?
De verplichtingen beginnen niet allemaal op hetzelfde moment. Sommige regels gaan gelden zodra de Nederlandse implementatiewet in werking treedt; de rapportageverplichtingen kennen aparte termijnen op basis van de omvang van de organisatie.
Vanaf de beoogde ingangsdatum moeten sollicitanten tijdig informatie krijgen over het aanvangssalaris of de salarisschaal van een functie. Volgens het Nederlandse voorstel kan die informatie in de vacature staan, maar zij mag ook op een andere manier worden gegeven, zolang dat gebeurt vóór het arbeidsvoorwaardengesprek. Een salarisrange in iedere vacature is dus verstandig en transparant, maar de bron gaat te ver door te stellen dat dit juridisch altijd de enige toegestane route is. Werkgevers mogen sollicitanten bovendien niet meer vragen wat zij in een vorige of huidige functie verdienden. Zo kan een bestaand loonverschil minder gemakkelijk worden meegenomen naar een volgende baan.
Iedere werkgever moet daarnaast beschikken over een objectief en genderneutraal systeem voor functiewaardering en -indeling. De criteria voor beloning en loonontwikkeling moeten inzichtelijk zijn en mogen werknemers niet rechtstreeks of indirect benadelen vanwege hun geslacht. Werkgevers mogen werknemers niet belemmeren hun eigen loon bekend te maken wanneer dat nodig is om gelijke beloning te kunnen afdwingen. Dat betekent niet automatisch dat iedere vertrouwelijkheidsafspraak over alle bedrijfsinformatie vervalt; een algemene geheimhoudingsclausule kan blijven bestaan, maar mag het wettelijke recht rond de eigen beloning niet uithollen.
Werknemers krijgen een individueel informatierecht. Zij kunnen hun eigen loonniveau opvragen en informatie krijgen over de gemiddelde loonniveaus van werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk verrichten, uitgesplitst naar geslacht. Het gaat om gemiddelden, niet om het salaris van een met naam genoemde collega. Op grond van de richtlijn moet de werkgever de informatie zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twee maanden na het verzoek verstrekken. Werkgevers moeten werknemers bovendien jaarlijks informeren over dit recht en uitleggen hoe zij daarvan gebruik kunnen maken.
De rapportage over loonverschillen wordt gefaseerd ingevoerd. Werkgevers met 250 of meer werknemers moeten jaarlijks rapporteren. Werkgevers met 150 tot en met 249 werknemers doen dit eens per drie jaar. Voor beide groepen betreft de eerste rapportage het kalenderjaar 2027 en ligt de beoogde uiterste rapportagedatum op 7 juni 2028. Werkgevers met 100 tot en met 149 werknemers rapporteren eveneens iedere drie jaar, voor het eerst uiterlijk 7 juni 2031 over kalenderjaar 2030. Organisaties met minder dan 100 werknemers hebben geen verplichte periodieke loonrapportage, maar de regels over werving, informatie, functiewaardering en gelijke beloning gelden in beginsel wel voor hen.
De rapportage bevat meer dan één algemeen percentage. Zij bestrijkt onder meer verschillen in gemiddelde en mediane beloning, verschillen in variabele beloningscomponenten, de verdeling over loonkwartielen en verschillen binnen categorieën van gelijkwaardige arbeid. Dat vereist bruikbare brongegevens uit zowel HR- als salarissystemen.
Belangrijk: voor een gemiddelde Nederlandse mkb-werkgever met minder dan 100 werknemers ligt de eerste praktische impact niet bij een openbare loonrapportage. De wervingsregels, het verbod om naar het eerdere salaris te vragen, het informatierecht van werknemers en de eis van een objectieve loonstructuur gelden vanaf de inwerkingtreding. Alleen de periodieke rapportage blijft voor deze werkgevers buiten beeld.
De richtlijn beschermt werknemers en sollicitanten. Een zelfstandige zonder arbeidsovereenkomst valt niet automatisch binnen de personele werkingssfeer. De kwalificatie wordt echter bepaald door de feitelijke arbeidsrelatie en het toepasselijke recht, niet alleen door het etiket “zzp” in een contract. Iemand die formeel als opdrachtnemer werkt maar juridisch werknemer blijkt te zijn, kan dus alsnog bescherming genieten. In personeel aannemen als eenmanszaak leest u welke bredere werkgeversverplichtingen bij die keuze horen.
De 5%-grens die een diepere analyse verplicht maakt
In de rapportageregels zit een grens die een gewone analyse kan veranderen in een veel intensiever hersteltraject. Die grens verdient aandacht voordat de eerste rapportage moet worden ingediend.
Blijkt uit de loonrapportage dat het gemiddelde loon van vrouwelijke en mannelijke werknemers binnen een categorie van gelijkwaardige arbeid 5% of meer verschilt, kan de werkgever dit verschil niet verklaren met objectieve en genderneutrale factoren en is het verschil niet binnen zes maanden na indiening van de rapportage hersteld, dan moet de werkgever samen met werknemersvertegenwoordigers een gezamenlijke loonevaluatie uitvoeren. De 5% alleen is dus niet voldoende: de rechtvaardiging en de hersteltermijn zijn eveneens onderdeel van de wettelijke toets.
Die gezamenlijke evaluatie gaat verder dan het publiceren van één percentage. Werkgever en werknemersvertegenwoordigers analyseren de betrokken functiecategorieën, de verschillende vaste en variabele looncomponenten, de oorzaken van de verschillen en de maatregelen die nodig zijn om ongerechtvaardigde verschillen weg te nemen. De organisatie moet vervolgens kunnen laten zien dat er daadwerkelijk een herstelplan bestaat en dat dit wordt uitgevoerd.
Ook de bewijslast verandert. Een werknemer die feiten aanvoert waaruit ongelijke beloning kan worden vermoed, hoeft niet het volledige bewijs van discriminatie te leveren. De werkgever moet dan aantonen dat geen direct of indirect onderscheid is gemaakt of dat het loonverschil objectief te rechtvaardigen is. Wanneer de werkgever zijn transparantieverplichtingen niet nakomt, wordt de bewijspositie van de werknemer nog sterker. Een werkgever zonder gedocumenteerd functie- en beloningsbeleid begint een procedure daarom vanuit een aanzienlijk zwakkere positie.
Daarbij gaat beloning niet alleen over het vaste brutoloon. Ook bonussen, toeslagen, variabele vergoedingen en andere voordelen in geld of natura kunnen relevant zijn. Een analyse die uitsluitend het basissalaris vergelijkt, kan daarom een materieel verschil missen dat in de totale beloning wel zichtbaar wordt.
Voor organisaties rond een rapportagegrens is de personeelsomvang belangrijk. Het Nederlandse voorstel rekent voor het totale personeelsbestand niet uitsluitend de eigen werknemers mee, maar ook uitzendkrachten en andere arbeidskrachten die onder gezag arbeid verrichten. Dat kan betekenen dat een organisatie eerder boven 100, 150 of 250 uitkomt dan uit de eigen loonlijst blijkt. Gebruik daarom niet automatisch fte’s of alleen werknemers met een arbeidsovereenkomst; controleer de definitieve wettelijke telmethode en leg vast welke arbeidskrachten in de berekening zijn opgenomen.
Let op: de 5%-toets wordt uitgevoerd binnen categorieën werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk doen. Een gunstig gemiddeld loonverschil voor de hele onderneming kan verhullen dat binnen één afdeling of functiegroep wel een onverklaard verschil van 5% of meer bestaat. Een analyse uitsluitend op organisatieniveau mist precies de verschillen waarop de richtlijn is gericht.
Een looncorrectie kan gevolgen hebben voor personeelskosten en een arbeidsconflict kan uiteindelijk raken aan ontslag en vergoedingen. De transitievergoeding in Nederland behandelt die afzonderlijke verplichting. Voor het bredere financiële beeld leest u in hoeveel belasting betaalt een bv hoe vennootschapsbelasting en bedrijfskosten samenkomen.
Wat ‘objectieve, genderneutrale criteria’ in de praktijk betekent
De woorden “objectieve, genderneutrale criteria voor beloning en loonontwikkeling” klinken abstract, maar brengen een concrete verplichting mee. Een werkgever moet kunnen uitleggen waarom een functie op een bepaald niveau is gewaardeerd en waarom werknemers binnen vergelijkbare functies verschillend worden beloond.
Het systeem voor functiewaardering en -indeling moet ten minste rekening houden met vaardigheden, inspanningen, verantwoordelijkheden en arbeidsomstandigheden. Ook andere relevante criteria mogen worden gebruikt, zolang zij geschikt zijn voor de functie, consequent worden toegepast en niet direct of indirect tot genderdiscriminatie leiden. Ervaring, aantoonbare prestaties, schaarse specialistische kennis of een zwaarder takenpakket kunnen bijvoorbeeld een verschil ondersteunen. Een ongedocumenteerd gevoel van een manager of het feit dat één kandidaat harder onderhandelde, is veel moeilijker te verdedigen.
Een goede voorbereiding begint met de feitelijke inhoud van functies, niet met functietitels. Twee verschillende titels kunnen gelijkwaardige arbeid verhullen, terwijl twee medewerkers met dezelfde titel in werkelijkheid verschillende verantwoordelijkheden hebben. Breng daarom taken, beslissingsruimte, vereiste kennis, fysieke of mentale belasting en arbeidsomstandigheden systematisch in kaart. Waardeer kenmerken die traditioneel vaker voorkomen in door vrouwen vervulde functies even zorgvuldig als kenmerken die vaker met door mannen vervulde functies worden geassocieerd.
Koppel vergelijkbare functies vervolgens aan transparante salarisbanden. Leg voor individuele posities binnen zo’n band vast waarom een werknemer hoger of lager is ingeschaald: relevante ervaring, een certificering, structureel bredere verantwoordelijkheid of aantoonbare prestaties. De onderbouwing moet controleerbaar zijn en dezelfde maatstaf moet bij andere werknemers kunnen worden toegepast. Ook criteria voor salarisverhogingen en doorgroei moeten toegankelijk zijn voor werknemers.
Dit werk kost tijd. Een functieonderzoek dat pas vlak voor een rapportagedeadline wordt uitgevoerd, leidt gemakkelijk tot grove categorieën en verklaringen die achteraf zijn geconstrueerd. Juist daarom is het verstandig vóór de inwerkingtreding een eerste functiematrix en loonvergelijking te maken. De artikelen over personeel aannemen als eenmanszaak en de transitievergoeding plaatsen deze voorbereiding in het bredere arbeidsrechtelijke kader.
Bereid u vóór de deadline voor, niet erna
De praktische voorbereidingsvolgorde is sinds de vaststelling van de richtlijn nauwelijks veranderd. Organisaties die nu verder zijn, zijn meestal niet met eenvoudiger verplichtingen begonnen; zij zijn eerder begonnen met hetzelfde noodzakelijke werk.
Start met een interne analyse van de actuele beloning. Vergelijk vaste en variabele looncomponenten naar geslacht en splits de gegevens uit naar functiecategorie, afdeling en senioriteit. Een organisatiegemiddelde is onvoldoende. Controleer vervolgens of de gehanteerde functiecategorieën werkelijk gelijk werk en gelijkwaardige arbeid omvatten. Deze nulmeting is intern en staat los van de latere wettelijke rapportage, maar laat wel zien waar uitleg of correctie nodig is.
Voer daarna een volwaardige functiewaardering uit. Beschrijf rollen op basis van feitelijke werkzaamheden en gebruik de wettelijk relevante criteria. Koppel daaraan salarisbanden, doorgroeicriteria en een procedure voor uitzonderingen. Betrek de ondernemingsraad of andere werknemersvertegenwoordiging tijdig; wijzigingen van een belonings- of functiewaarderingssysteem kunnen ook op grond van de Wet op de ondernemingsraden instemmingsplichtig zijn.
Controleer bestaande arbeidsovereenkomsten, personeelshandboeken en gedragscodes op bepalingen die werknemers beperken in het bekendmaken van hun eigen loon. Pas alleen de bepalingen aan die botsen met het recht op gelijke beloning en loontransparantie; laat legitieme geheimhouding over bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen of persoonsgegevens intact. Werk ook een intern proces uit voor informatieverzoeken, inclusief eigenaarschap, privacycontrole en beantwoording binnen twee maanden.
Pas vacatures, sollicitatieformulieren en interviewscripts aan. Zorg dat het startsalaris of de salarisrange vóór het arbeidsvoorwaardengesprek wordt meegedeeld en verwijder iedere vraag naar het huidige of eerdere loon. Train recruiters en hiring managers, want een verboden vraag kan net zo gemakkelijk mondeling tijdens een informeel gesprek worden gesteld als in een formulier.
Organisaties met 100 of meer werknemers moeten daarnaast een betrouwbare rapportageketen bouwen. Bepaal welke werknemers en ingehuurde arbeidskrachten meetellen, welke looncomponenten uit payroll en HR-systemen nodig zijn en wie gegevens controleert voordat deze naar het monitoringsorgaan gaan. Werkgevers met ten minste 150 werknemers hebben volgens de huidige planning tot 7 juni 2028 voor de eerste rapportage over 2027, maar hebben al vanaf januari 2027 consistente gegevens nodig.
Documenteer vanaf nu iedere nieuwe inschaling en salarisverhoging aan de hand van objectieve criteria. Een korte motivering op het moment van het besluit is overtuigender dan een verklaring die jaren later uit agenda’s en herinneringen moet worden gereconstrueerd. Omdat HR- en salarisgegevens in de praktijk dicht tegen de financiële administratie liggen, legt accountant of boekhouder uit waar professionele ondersteuning bij administratie en compliance het meest helpt.
Maak uw loonstructuur vóór 2027 gereed
De nieuwe regels zijn nog niet definitief: het wetsvoorstel moet op 11 september 2026 nog door beide Kamers worden aangenomen en de beoogde inwerkingtreding kan veranderen. Dat is geen reden om met voorbereiden te wachten. Een objectieve functie-indeling, verdedigbare salarisbanden en een zorgvuldige wervingsprocedure ondersteunen ook onder het huidige recht het beginsel van gelijk loon voor gelijkwaardig werk.
Wilt u bespreken wat de nieuwe regels betekenen voor uw wervingsproces en salarisadministratie? Boek een demo, dan lopen we uw situatie samen door. Ons team kan u ook helpen bij het oprichten van uw bv of bij het goed inrichten van boekhouding en payroll terwijl de verplichtingen worden ingevoerd.
Veelgestelde vragen
Wat is de Europese Richtlijn loontransparantie?
Richtlijn (EU) 2023/970 verplicht EU-lidstaten maatregelen te nemen die gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid beter afdwingbaar maken. Dat gebeurt via transparantie bij werving, objectieve loonstructuren, informatierechten, rapportage en sterkere rechtsbescherming.
Wanneer treedt de richtlijn in Nederland in werking?
De Europese implementatiedeadline was 7 juni 2026 en is door Nederland niet gehaald. Het wetsvoorstel is op 21 mei 2026 ingediend. De regering streeft naar 1 januari 2027, maar die datum is pas zeker nadat het parlement het voorstel heeft aangenomen en de inwerkingtreding definitief is vastgesteld.
Moeten alle Nederlandse werkgevers rapporteren over hun loonkloof?
Nee. De periodieke rapportage geldt voor werkgevers met ten minste 100 werknemers. Werkgevers vanaf 250 rapporteren jaarlijks; werkgevers met 150 tot en met 249 iedere drie jaar, voor het eerst uiterlijk 7 juni 2028 over 2027. Werkgevers met 100 tot en met 149 starten uiterlijk 7 juni 2031 over 2030.
Wat is de 5%-grens voor loonverschillen?
Bij een onverklaard verschil van ten minste 5% binnen een categorie van gelijkwaardige arbeid moet de werkgever het verschil proberen te herstellen. Is het niet objectief te rechtvaardigen en niet binnen zes maanden verholpen, dan volgt samen met werknemersvertegenwoordigers een gezamenlijke loonevaluatie.
Mogen werkgevers nog vragen naar het salarisverleden van een kandidaat?
Na inwerkingtreding niet meer. De werkgever moet zelf informatie geven over het startsalaris of de salarisschaal, in de vacature of uiterlijk vóór het arbeidsvoorwaardengesprek, en mag niet vragen wat de kandidaat eerder verdiende.
Blijven geheimhoudingsclausules over salaris geldig?
Een werkgever mag een werknemer niet verhinderen het eigen loon bekend te maken om het recht op gelijke beloning uit te oefenen. Een bredere geheimhoudingsclausule vervalt niet noodzakelijk volledig, maar is niet afdwingbaar voor zover zij dit wettelijke recht beperkt.
Geldt de richtlijn voor zzp’ers en andere zelfstandigen?
Niet voor iemand die daadwerkelijk als zelfstandige werkt en geen arbeidsrelatie heeft die als dienstverband kwalificeert. De feitelijke verhouding is doorslaggevend. Een schijnzelfstandige die juridisch werknemer blijkt te zijn, kan daarom wel onder de bescherming vallen.
Wat gebeurt er als een werknemer vergelijkende looninformatie opvraagt?
De werkgever verstrekt het individuele loonniveau en de gemiddelde beloning, uitgesplitst naar geslacht, voor werknemers met hetzelfde of gelijkwaardig werk. Het gaat niet om het salaris van een specifieke collega. De richtlijn verlangt beantwoording zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twee maanden.
Wat betekenen objectieve, genderneutrale criteria in de praktijk?
De waardering en beloning moeten berusten op consequent toegepaste factoren, waaronder vaardigheden, inspanningen, verantwoordelijkheden en arbeidsomstandigheden. Verschillen binnen een salarisband moeten afzonderlijk en controleerbaar kunnen worden verklaard, zonder directe of indirecte genderbias.
Wat moet een Nederlandse werkgever nu doen?
Voer een interne loonverschilanalyse en functiewaardering uit, maak salarisbanden en doorgroeicriteria inzichtelijk, controleer contracten en beleid, verwijder vragen naar salarisverleden, richt een proces voor informatieverzoeken in en bouw wanneer de organisatie 100 of meer werknemers heeft tijdig de rapportageketen op.
Written by
Nick Knuppe
CEO en oprichter

