Belasting
Finance
Boekhouding
Tien belastingmaatregelen die bv-oprichters in Nederland vóór 31 december moeten nemen
Er resten nog tien weken tot 31 december 2026. Bekijk de tien fiscale stappen die elke oprichter van een Nederlandse BV nu zou moeten controleren, inclusief de exacte cijfers en deadlines.
•

Intro
Er liggen nog ongeveer veertien weken tussen nu en 31 december 2026. Voor een Nederlandse dga vallen in die periode vrijwel alle belangrijke fiscale jaareindebeslissingen. De peildatum voor excessief lenen, de timing van een dividenduitkering, het einde van het WKR-jaar en de deadline voor investeringsaftrek vallen allemaal op of vóór dezelfde datum. Dit artikel behandelt tien concrete acties, in volgorde van urgentie, met de actuele bedragen, voorwaarden en handelingen die nodig zijn om ze zorgvuldig uit te voeren.
Actie 1: Controleer schulden aan de eigen bv
Het meest urgente punt op de decemberchecklist van een dga is vaak het totale bedrag dat de dga en diens fiscaal partner van de eigen bv of bv's hebben geleend. Onder de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap wordt dit gezamenlijke schuldbedrag op één specifieke datum gemeten: 31 december. Kom je op die datum boven €500.000 uit, dan wordt het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 2, ongeacht hoe het saldo er op andere momenten in het jaar uitzag. Niet alleen een boekhoudkundige rekening-courant telt mee; ook andere leningen van de eigen vennootschap kunnen onder de regeling vallen.
Een dga met €600.000 aan relevante schulden op 31 december 2026 overschrijdt de grens met €100.000. Als er geen ander box 2-inkomen is, wordt in 2026 de eerste €68.843 belast tegen 24,5% en de resterende €31.157 tegen 31%. Dat komt neer op ongeveer €26.525 box 2-belasting. Het gaat daarbij om een fiscale heffing over een fictief regulier voordeel; de lening zelf verdwijnt niet en blijft civielrechtelijk bestaan.
Er bestaan meerdere manieren om het bedrag tijdig te verlagen, maar die vragen voorbereiding. Een rechtsgeldig vastgesteld dividend kan met de schuld worden verrekend, mits de vennootschapsrechtelijke uitkeringstoets wordt doorlopen en rekening wordt gehouden met dividendbelasting en box 2. Een hoger salaris kan na loonheffing en daadwerkelijke terugbetaling eveneens helpen. Ook kan een zakelijke tegenvordering onder voorwaarden worden verrekend. Eigenwoningschulden kunnen buiten de €500.000-grens vallen. Voor een eigenwoningschuld die na 31 december 2022 bij de bv is aangegaan, geldt daarbij in beginsel de voorwaarde dat ten gunste van de bv een hypotheekrecht is gevestigd; voor oudere eigenwoningschulden geldt overgangsrecht. Laat een beoogde herstructurering daarom vooraf juridisch en fiscaal toetsen, inclusief de waardering en documentatie.
Belangrijkste inzicht: De peildatum voor excessief lenen is 31 december; er geldt geen jaargemiddelde. Heeft een dga op 31 december 2026 samen met de fiscaal partner €510.000 aan relevante schulden, dan is in beginsel €10.000 belast in box 2. Controleer alle leningen en uitzonderingen, niet alleen de rekening-courant.
De volledige mechaniek van deze drempel, inclusief hoe deze samenhangt met bedragen die in eerdere jaren al zijn belast, wordt behandeld in lenen van je eigen bv.
Actie 2: Plan de timing van dividend
Voor dividend in 2026 geldt in box 2 een tarief van 24,5% tot €68.843 en 31% over het meerdere. De schijfgrens geldt per kalenderjaar. Wie een grotere uitkering over 2026 en 2027 kan spreiden, kan daardoor tweemaal van de lage schijf gebruikmaken. Dat is alleen zinvol als de liquiditeitspositie van de bv, de uitkeringstoets en de persoonlijke financiële planning het toelaten; de tarieven en schijfgrens voor 2027 moeten bovendien worden gecontroleerd zodra die definitief zijn.
De rekensom maakt het effect concreet. Een dividend van €137.686 dat volledig in 2026 wordt belast, leidt bij afwezigheid van ander box 2-inkomen tot ongeveer €38.996 belasting. Wordt hetzelfde bedrag gelijk verdeeld over 2026 en 2027 en blijven de relevante tarieven en schijfgrens gelijk, dan bedraagt de totale belasting ongeveer €34.732: circa €4.264 minder. Fiscale partners kunnen gemeenschappelijk box 2-inkomen in hun aangifte onderling verdelen. Daardoor kan in bepaalde situaties tweemaal van de lage schijf worden geprofiteerd, maar daarvoor is niet vereist dat ieder afzonderlijk aandelen houdt. De optimale verdeling hangt af van al het box 2-inkomen van beide partners.
De beslissing hangt af van het box 2-inkomen dat in 2026 al is genoten. Is de lage schijf al benut, dan kan uitstel naar 2027 aantrekkelijk zijn. Een dividend vereist een besluit van de algemene vergadering en goedkeuring door het bestuur na de wettelijke uitkeringstoets. Ook het fiscale genietingsmoment moet correct worden vastgesteld; alleen een besluit dateren op 31 december is onvoldoende als de uitvoering en administratie niet aansluiten. Dividend van een werkmaatschappij aan een holding valt doorgaans onder de deelnemingsvrijstelling en kan onder voorwaarden zonder inhouding van dividendbelasting worden uitgekeerd. Dat is niet hetzelfde als een onvoorwaardelijke belastingvrijstelling: de wettelijke voorwaarden en eventuele antimisbruikregels blijven gelden. Dga-salaris versus dividend plaatst deze timingbeslissing in de bredere afweging tussen salaris en dividend.
Actie 3: Bereid de box 3-peildatum van 2027 voor
Voor de box 3-heffing over 2026 was de peildatum 1 januari 2026. Handelingen in december 2026 kunnen die aanslag dus niet meer verlagen. Ze kunnen wel invloed hebben op de grondslag voor 2027, waarvoor 1 januari 2027 de peildatum is. Dat onderscheid is belangrijk: een betaling die op 31 december is uitgevoerd, maar pas op 2 januari van de rekening wordt afgeschreven, kan op de peildatum nog steeds onderdeel van het banksaldo zijn.
Ter oriëntatie: in 2026 bedraagt het heffingsvrije vermogen €59.357 per persoon en €118.714 voor fiscale partners samen. Voor de voorlopige berekening gelden in 2026 forfaitaire rendementen van 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden, met een box 3-tarief van 36%. De definitieve cijfers en vrijstellingen voor 2027 moeten worden gebruikt zodra deze vaststaan. Een geplande aflossing of noodzakelijke privé-uitgave vóór de peildatum kan het vermogen beïnvloeden, maar geld uitgeven uitsluitend om box 3 te besparen is zelden rationeel: de uitgave is doorgaans veel hoger dan de belastingbesparing. Geld naar een bv overbrengen is evenmin een standaardoplossing, omdat daar vennootschapsbelasting en later mogelijk box 2-heffing tegenover staan en zakelijke voorwaarden noodzakelijk zijn.
Fiscale partners kunnen de gezamenlijke box 3-grondslag in de aangifte onderling verdelen. Het is daarvoor niet nodig bezittingen vóór 1 januari op naam van de andere partner te zetten. Let ook op de regels tegen peildatumarbitrage: tijdelijk vermogen verschuiven rond 1 januari om alleen de box 3-indeling te beïnvloeden, kan worden genegeerd als geen zakelijke reden bestaat. De vrijstelling voor groene beleggingen en de aangekondigde hervorming van box 3 zijn bovendien politiek en juridisch in beweging. Vóór de box 3-wijziging van 2028 behandelt de bredere overgang, maar controleer vóór uitvoering altijd de definitieve wetgeving voor 2027.
Actie 4: Benut de WKR nu
De vrije ruimte van de werkkostenregeling kent geen doorschuifmogelijkheid. Wat vóór 31 december 2026 niet is besteed, verdwijnt simpelweg; er bestaat geen mechanisme om dit door te schuiven naar 2027.
Voor 2026 bedraagt de vrije ruimte 2,00% van de eerste €400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over het meerdere. Een bv met een loonsom van €200.000 heeft dus €4.000 vrije ruimte. Niet iedere personeelsuitgave kan zonder meer in die ruimte worden ondergebracht. De werkgever moet de vergoeding of verstrekking tijdig als eindheffingsloon aanwijzen, de gebruikelijkheidstoets respecteren en nagaan of een gerichte vrijstelling of nihilwaardering geldt. Een reguliere eindejaarsbonus ineens als WKR-loon behandelen kan daardoor problematisch zijn. De voorgestelde verhoging naar 2,16% over de eerste schijf vanaf 2027 is nog afhankelijk van de definitieve parlementaire behandeling.
Let op: Geschenken aan werknemers boven de 25 euro per gelegenheid komen niet automatisch in aanmerking voor een gerichte vrijstelling. Een geschenk van 60 euro als WKR-vrij boeken maakt het op zichzelf niet belastingvrij; het verbruikt simpelweg vrije ruimte, en als die ruimte al is uitgeput, leidt het meerdere tot een eindheffing van 80%. Controleer het lopende WKR-saldo voordat je in december personeelsuitgaven vastlegt.
Ook de aangekondigde wijziging van de regeling voor korting op branche-eigen producten vanaf 2027 moet pas als definitief worden verwerkt nadat de wetgeving is aangenomen. Controleer daarnaast of een cao of arbeidsvoorwaardenregeling bepaalt welke personeelsvoordelen moeten worden verstrekt; geldt er een cao voor jouw bedrijf behandelt hoe die verplichtingen samenhangen met WKR-uitgaven.
Acties 5 en 6: Twee snelle salarisadministratiecorrecties
Twee correcties in de salarisadministratie zouden specifiek in de decemberrun van 2026 moeten plaatsvinden, voordat het loonheffingenjaar formeel wordt afgesloten.
Sinds 1 januari 2026 bedraagt de fiscale maximale onbelaste kilometervergoeding voor zakelijke kilometers €0,25 per kilometer. Dit is geen wettelijk minimumbedrag dat iedere werkgever automatisch verschuldigd is. Alleen wanneer de arbeidsovereenkomst, cao of eigen regeling recht geeft op €0,25, moet een werkgever die nog €0,23 vergoedt het verschil aanvullen. Controleer daarom de juridische grondslag én de loonadministratie. Voor een dga die zakelijke kilometers met een privéauto declareert, kan de bv maximaal €0,25 per kilometer onbelast vergoeden, mits de rittenadministratie de vergoeding ondersteunt.
De controle van het dga-salaris en de voorlopige aanslag dekt twee zaken tegelijk. Voor 2026 is €58.000 één van de wettelijke vergelijkingsbedragen voor het gebruikelijk loon, maar het is geen universeel minimum. Het gebruikelijk loon wordt in beginsel vastgesteld op het hoogste van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer binnen de relevante groep en €58.000. Een lager loon kan verdedigbaar zijn als de bv dat aannemelijk maakt. Vergelijk daarnaast de verwachte winst over 2026 met de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting. Is de winst hoger, vraag dan tijdig een verhoging aan om belastingrente te beperken; het percentage voor de vennootschapsbelasting bedraagt sinds 1 januari 2026 5%. Is de winst lager, dan kan een verlaging onnodige voorfinanciering voorkomen. Salarisfouten die werkgevers maken behandelt beide loononderwerpen nader, en voorlopige aanslag Nederland legt uit hoe een wijziging wordt aangevraagd.
Acties 7 en 8: Investeringen en auto's
Twee investeringsbeslissingen kennen een oprecht tegengestelde logica rond het jaareinde, en ze omgekeerd toepassen kost in beide gevallen echt geld.
Voor KIA-kwalificerende investeringen kan aangaan van de investeringsverplichting vóór 31 december ertoe leiden dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in 2026 wordt benut, al kan de aftrek bij beperkte betaling worden doorgeschoven totdat het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen. In 2026 bedraagt de KIA 28% bij een totaal investeringsbedrag van €2.901 tot en met €71.683. Van €71.684 tot en met €132.746 geldt een vast bedrag van €20.072; daarboven wordt de aftrek afgebouwd. Niet ieder bedrijfsmiddel kwalificeert: personenauto's die niet voor beroepsvervoer zijn bestemd zijn bijvoorbeeld in beginsel uitgesloten. Kijk daarom naar het totale jaarbedrag, de ingebruikname en de uitgesloten categorieën voordat je een aankoop naar voren haalt.
Voor energiezuinige bedrijfsmiddelen op de officiële Energielijst bedraagt de EIA in 2026 40% van het kwalificerende investeringsbedrag, met een minimumbedrag van €2.500 per bedrijfsmiddel. De investering moet tijdig bij RVO worden gemeld. Het kabinet heeft voor 2027 een verhoging naar 45,5% voorgesteld. Zolang die wijziging niet definitief is, moet uitstel naar januari niet uitsluitend op dat hogere percentage worden gebaseerd. Neem ook leveringsrisico, ingebruikname, cashflow en mogelijke wijziging van de Energielijst mee. Pas na aanvaarding van de wet en publicatie van de lijst voor 2027 kan de vergelijking definitief worden gemaakt.
Voor bedrijfsauto's speelt vanaf 2027 een afzonderlijke maatregel: voor bepaalde fossiele personenauto's die ook privé ter beschikking staan, is een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde voorzien. Woon-werkverkeer telt daarvoor als privégebruik. Voor auto's die al vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt volgens de gepresenteerde regeling overgangsrecht tot en met 2030. Omdat de precieze reikwijdte, uitzonderingen en parlementaire behandeling doorslaggevend zijn, moet een werkgever niet alleen naar de besteldatum kijken: het moment waarop de auto daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld en de uiteindelijke wettekst zijn bepalend. Vergelijk daarnaast de totale kosten van fossiel en elektrisch rijden, inclusief leaseprijs, laadkosten en de bijtelling voor de werknemer. Belastingplan 2027 plaatst zowel de voorgestelde EIA-verhoging als de pseudo-eindheffing in het bredere pakket voor 2027.
Acties 9 en 10: Pensioen en startersaftrek
Twee minder urgente maar mogelijk impactvolle acties sluiten de lijst af. Ze zijn alleen relevant voor specifieke situaties en gelden niet automatisch voor iedere dga.
Een lijfrentestorting die uiterlijk 31 december 2026 is betaald, kan in box 1 aftrekbaar zijn voor zover voldoende jaar- of reserveringsruimte bestaat. De jaarruimte voor 2026 wordt gebaseerd op de relevante inkomens- en pensioengegevens uit 2025. Onbenutte jaarruimte uit eerdere jaren kan binnen de wettelijke termijn via de reserveringsruimte worden ingehaald, maar daarvoor gelden een individueel maximum en specifieke berekeningsregels. Laat de exacte ruimte berekenen vóórdat je stort: een bedrag boven de fiscale ruimte is niet automatisch aftrekbaar. De besparing is bovendien uitstel en geen definitieve vrijstelling, omdat de latere lijfrente-uitkeringen in box 1 worden belast. Deze actie past dus alleen bij iemand die daadwerkelijk een langetermijnvoorziening wil opbouwen en de liquiditeit kan missen.
De startersaftrek geldt uitsluitend voor ondernemers voor de inkomstenbelasting en niet voor werkzaamheden die alleen via een bv worden verricht. Zij kan dus relevant zijn voor een dga die daarnaast een echte eenmanszaak heeft. In 2026 bedraagt de startersaftrek €2.123. De ondernemer moet onder meer recht hebben op de zelfstandigenaftrek, aan het urencriterium voldoen en de startersaftrek niet vaker dan driemaal in de voorafgaande vijf jaar hebben gebruikt. De in het Belastingplan 2027 voorgestelde sterke verlaging vanaf 2027 en afschaffing vanaf 2028 zijn pas definitief na parlementaire goedkeuring. Controleer bovendien zorgvuldig of de activiteiten naast de bv fiscaal werkelijk een zelfstandige onderneming vormen.
Actie | Onderwerp | Belangrijk bedrag of percentage | Peildatum | Actie vóór 31 december |
1 | Excessief lenen | €500.000 gezamenlijke grens | 31 december 2026 | Bereken alle relevante schulden en verlaag zo nodig het bedrag boven de wettelijke grens |
2 | Timing van dividend | €68.843 grens lage box 2-schijf in 2026 | Fiscaal genietingsmoment in 2026 | Vergelijk 2026 met 2027 en doorloop besluitvorming en uitkeringstoets |
3 | Box 3-planning | €59.357 heffingsvrij vermogen per persoon in 2026 | 1 januari 2027 voor belastingjaar 2027 | Beoordeel alleen reële, financieel zinvolle handelingen vóór de peildatum |
4 | WKR-vrije ruimte | 2,00% tot €400.000 loonsom; 1,18% daarboven | 31 december 2026 | Controleer aanwijzing, gebruikelijkheid en resterende ruimte |
5 | Kilometervergoeding | Maximaal €0,25 per kilometer onbelast | Loonjaar 2026 | Controleer contract, cao, beleid en rittenadministratie |
6 | Dga-loon en voorlopige aanslag | €58.000 is één vergelijkingsbedrag; VPB-rente 5% | Doorlopend | Onderbouw loon en actualiseer zo nodig de voorlopige aanslag |
7 | KIA en EIA | KIA 28% in eerste schijf; EIA 40% in 2026 | Investeringsmoment en ingebruikname | Controleer drempels, uitsluitingen en RVO-melding; behandel 45,5% voor 2027 als voorstel |
8 | Bedrijfsauto | Voorgestelde pseudo-eindheffing van 12% vanaf 2027 | Eerste gebruiksdatum | Vergelijk totale kosten en controleer definitieve wet en overgangsrecht |
9 | Lijfrente | Persoonlijke jaar- en reserveringsruimte | Betaling uiterlijk 31 december 2026 | Bereken fiscale ruimte vóór de storting |
10 | Startersaftrek | €2.123 in 2026, alleen voor IB-ondernemers | Aangifte 2026 | Controleer ondernemerschap, urencriterium en eerder gebruik |
Deze tien acties werken op elkaar in. Een dividend waarmee een schuld in actie 1 wordt verrekend, creëert bijvoorbeeld box 2-inkomen dat de schijfberekening in actie 2 beïnvloedt. Wordt het dividend daadwerkelijk privé ontvangen en op 1 januari 2027 nog aangehouden, dan kan het bovendien de box 3-grondslag voor 2027 verhogen. Juist daarom moeten de beslissingen gezamenlijk worden doorgerekend. De boekhoud- en belastingdienst van Neno kan deze jaareindekeuzes coördineren binnen hetzelfde platform waarin de administratie van het hele jaar al wordt bijgehouden.
Veelgestelde vragen
Wat is de belangrijkste belastingdeadline voor een Nederlandse dga vóór 31 december?
De peildatum van 31 december voor excessief lenen is vaak de meest ingrijpende deadline. Het gezamenlijke bedrag aan relevante schulden van de dga en diens fiscaal partner op die datum kan automatisch tot een fictief regulier voordeel in box 2 leiden.
Wat gebeurt er als mijn schulden aan de bv op 31 december 2026 boven €500.000 uitkomen?
Het meerdere boven €500.000, gezamenlijk berekend voor de dga en diens fiscaal partner, wordt in beginsel belast als fictief regulier voordeel in box 2. In 2026 geldt 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven. Kwalificerende eigenwoningschulden kunnen buiten de grens vallen; voor nieuwere schulden geldt doorgaans de eis van een hypotheekrecht voor de bv.
Moet ik dividend uit mijn bv opnemen vóór of na 31 december 2026?
Dat hangt af van het al genoten box 2-inkomen, de liquiditeit van de bv, de uitkeringstoets en de definitieve tarieven voor 2027. Heb je de lage schijf voor 2026 nog niet benut, dan kan een uitkering in 2026 aantrekkelijk zijn. Is die schijf al benut, dan kan uitstel zinvol zijn. Leg besluitvorming en uitvoering correct vast.
Wat is de peildatum voor box 3 en waarom is december van belang?
Voor belastingjaar 2026 was de peildatum 1 januari 2026. De stand op 1 januari 2027 bepaalt de box 3-grondslag voor 2027. Handelingen in december 2026 kunnen dus alleen 2027 beïnvloeden. Houd rekening met de regels tegen peildatumarbitrage en neem uitsluitend financieel zinvolle, reële maatregelen.
Wat gebeurt er met mijn WKR vrije ruimte als ik deze niet vóór het jaareinde benut?
Deze vervalt simpelweg. Er bestaat geen doorschuifmechanisme naar 2027, dus elk onbenut deel van het jaarlijkse budget gaat definitief verloren zodra het kalenderjaar sluit.
Wat is het minimumbedrag voor het gebruikelijk loon van een dga in 2026?
€58.000 is in 2026 één van de wettelijke vergelijkingsbedragen, geen absoluut minimum. In beginsel geldt het hoogste van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer binnen de relevante groep en €58.000. Een lager loon is mogelijk als de bv dat aannemelijk kan maken.
Moet ik energiezuinige apparatuur kopen vóór of na 31 december 2026?
Dat hangt af van de zakelijke noodzaak en de definitieve regels. De EIA bedraagt in 2026 40%. Een verhoging naar 45,5% in 2027 is voorgesteld, maar uitstel is pas verantwoord nadat de wetgeving en Energielijst 2027 definitief zijn. Controleer ook de RVO-meldtermijn, levering en ingebruikname.
Waarom zou ik vóór het jaareinde een elektrische bedrijfsauto bestellen?
Omdat voor bepaalde fossiele personenauto's die vanaf 2027 ook privé ter beschikking staan een pseudo-eindheffing van 12% is voorzien. Een elektrische auto valt volgens de voorgestelde regeling buiten die heffing. Bestel echter niet alleen om fiscale redenen: controleer eerst de definitieve wet, het overgangsrecht, de datum van terbeschikkingstelling en de totale gebruikskosten.
Kan ik een lijfrentestorting in 2026 aftrekken?
Ja, voor zover je voldoende jaar- of reserveringsruimte hebt en de premie uiterlijk 31 december 2026 is betaald. De ruimte is persoonlijk en moet met de relevante inkomens- en pensioengegevens worden berekend. Het deel boven de fiscale ruimte is niet automatisch aftrekbaar.
Geldt de startersaftrek voor een dga?
Niet voor inkomen dat via een bv wordt verdiend. De aftrek geldt alleen voor een ondernemer voor de inkomstenbelasting die onder meer aan het urencriterium en de overige voorwaarden voldoet. Voor een dga kan zij uitsluitend relevant zijn als daarnaast daadwerkelijk een afzonderlijke IB-onderneming wordt gedreven.
Written by
Nick Knuppe
CEO en oprichter

