Boekhouding
Salarisadministratie
Rechtsvermoeden van Dienstbetrekking: De Nieuwe Regel voor Werkgevers en Freelancers
De Nederlandse wet omtrent het rechtsvermoeden is aangenomen op 16 juni 2026. Bekijk hoe het drempelbedrag van €38 werkt, wat dit betekent voor werkgevers en wat de opties zijn voor freelancers.
•
17 min.

Intro
Een Nederlandse bv die zzp’ers inhuurt en een zelfstandige die per uur factureert, hebben de afgelopen maanden vanuit twee totaal verschillende invalshoeken over dezelfde wet gelezen. De meeste artikelen kiezen één kant. Handleidingen voor opdrachtgevers waarschuwen voor juridische risico’s, terwijl artikelen voor zzp’ers vooral nieuwe onderhandelingsruimte beschrijven. In werkelijkheid heeft dezelfde wetswijziging tegengestelde gevolgen voor beide partijen. Wie de eigen positie goed wil begrijpen, moet daarom ook weten wat de wet voor de andere partij doet.
Dit artikel legt uit wat het parlement precies heeft aangenomen, hoe de tariefgrens is opgebouwd en wordt geïndexeerd, wat er verandert voor opdrachtgevers die zelfstandigen rond of onder die grens inzetten en welke keuzes zzp’ers werkelijk hebben. Daarna plaatsen we het rechtsvermoeden in het bredere speelveld van de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Wat heeft het parlement precies aangenomen en wanneer?
De Eerste Kamer nam op 16 juni 2026 de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aan. De wet is op 29 juni 2026 gepubliceerd in Staatsblad 2026, 158. De inwerkingtreding volgt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Het Herstel- en Veerkrachtplan gaat uit van invoering uiterlijk 31 december 2026, maar op 13 augustus 2026 moet het formele inwerkingtredingsbesluit nog leidend zijn voor de exacte datum. Voor de praktijk ligt voorbereiding op toepassing rond het begin van 2027 daarom voor de hand, zonder die datum als definitief te presenteren voordat het besluit is gepubliceerd.
De parlementaire route is belangrijk, omdat die bepaalt wat uiteindelijk wet is geworden. Het voorstel begon als VBAR, de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Die bestond uit twee delen: wettelijke criteria om arbeidsrelaties te beoordelen en een rechtsvermoeden op basis van het uurtarief. Via een nota van wijziging van 10 maart 2026 is het verduidelijkingsdeel geschrapt. Alleen het rechtsvermoeden ging verder. De gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad zijn dus niet als vaste checklist in Boek 7 BW opgenomen. Zij blijven wel belangrijke rechtspraak voor de beoordeling of een overeenkomst werkelijk een arbeidsovereenkomst is.
Ook de snelheid van het wetgevingsproces had een concrete achtergrond. De maatregel is gekoppeld aan het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan. De regering bereikte met de Europese Commissie een principeakkoord om een eerdere mijlpaal rond het verduidelijkingsdeel te vervangen door deze wet. Daarvoor moest de wet uiterlijk 31 augustus 2026 in het Staatsblad staan en uiterlijk 31 december 2026 in werking treden. Het niet halen van een HVP-mijlpaal kan volgens de regering leiden tot een korting van ruim €600 miljoen. Dat verklaart de politieke deadline, maar verandert niets aan de wettelijke regel dat de formele ingangsdatum bij koninklijk besluit wordt vastgesteld.
De werking van de wet is smaller dan sommige krantenkoppen suggereren. Het nieuwe artikel 7:610aa BW bevat in de gepubliceerde wet een basisbedrag van €36 per uur. Door indexatie was het relevante referentiebedrag per 1 januari 2026 €38. Bij de eerste toepassing na inwerkingtreding stelt de minister het toepasselijke bedrag bij ministeriële regeling vast. De wet verbiedt werk onder dat bedrag niet en zet een zzp-overeenkomst niet automatisch om. Pas wanneer de werkende zich op het rechtsvermoeden beroept, moet de opdrachtgever aannemelijk maken dat geen arbeidsovereenkomst bestaat. De regeling geldt bovendien niet wanneer de opdrachtgever een particulier is die niet handelt in beroep of bedrijf. Het is een civielrechtelijk bewijsinstrument, geen fiscale herkwalificatie door de Belastingdienst. Opdrachtgevers die willen weten welke verplichtingen ontstaan zodra iemand werknemer blijkt te zijn, kunnen ook lezen wat er verandert bij personeel aannemen als eenmanszaak.
Waar komt de grens van €38 vandaan?
De veelgenoemde grens van €38 is niet simpelweg als los rond bedrag gekozen. De gepubliceerde wet noemt €36 als wettelijk basisbedrag. Dat bedrag wordt geïndexeerd volgens de systematiek van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, waarbij beleidsmatige wijzigingen van het minimumloon niet automatisch doorwerken. Na indexatie kwam het referentiebedrag per 1 januari 2026 uit op €38. Bij inwerkingtreding wordt het eerste werkelijk toepasselijke bedrag afzonderlijk bekendgemaakt.
Onderdeel | Wat vertegenwoordigt het? | Betekenis voor de grens |
|---|---|---|
Wettelijk minimumloon | Bruto uurloon van een volwassen werknemer | Vertrekpunt van de oorspronkelijke berekening |
Werkgeverspremies | Onder meer ZVW, WW-AWf, Aof en WGA/ZW | Kosten die een werkgever boven op het brutoloon draagt |
Pensioenopslag | Benadering van een werkgeversbijdrage aan pensioen | Compenseert gedeeltelijk voor ontbrekende werkgeversbijdrage |
Verzekeringsopslag | Kosten van risico’s die een zelfstandige zelf moet afdekken | Onder meer arbeidsongeschiktheidsrisico |
Niet-declarabele uren | Vakantie, ziekte, scholing en administratie | Uren die niet worden gefactureerd maar wel moeten worden bekostigd |
Algemene bedrijfskosten | Materieel, verzekeringen, advies en werkruimte | Kosten die bij werknemers vaak voor rekening van de werkgever komen |
Geïndexeerde referentie | Indicatie van een kwetsbaar laag zzp-tarief | €38 per uur op 1 januari 2026; het bedrag bij invoering volgt bij ministeriële regeling |
Het idee achter de grens is dat een laag factuurtarief niet gelijk kan worden gesteld aan het brutoloon van een werknemer. Een zelfstandige betaalt uit dat tarief ook niet-declarabele tijd, verzekeringen, pensioen, bedrijfsmiddelen en andere ondernemingskosten. Rond de grens wordt het daarom aannemelijker dat iemand economisch kwetsbaar is en feitelijk mogelijk als werknemer werkt, terwijl diegene niet de bijbehorende bescherming ontvangt. De grens bewijst op zichzelf echter niet dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Belangrijkste conclusie: De tariefgrens is geen maximumtarief en ook geen wettelijk minimumloon voor zzp’ers. Werken onder de grens is op zichzelf niet verboden. Het bedrag activeert, nadat de werkende er een beroep op doet, een weerlegbaar vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast verschuift dan naar de opdrachtgever.
De grens wordt tweemaal per jaar aangepast volgens dezelfde periodieke systematiek als het wettelijk minimumloon, gebaseerd op de ontwikkeling van contractlonen. Het bedrag wordt naar boven afgerond op hele euro’s, terwijl bij een volgende aanpassing met het onafgeronde bedrag wordt verder gerekend. Daardoor zal de grens veranderen. Het is niet verstandig nu al €39 als definitief bedrag bij invoering te gebruiken: de ministeriële regeling bepaalt het eerste toepasselijke bedrag. Omdat de berekening aansluit bij kosten rond arbeid en ondernemerschap, is het nuttig dit te lezen naast de uitleg over wat de Belastingdienst bij uw eerste VPB-aangifte verwacht.
De nieuwe positie van de opdrachtgever
Voor een Nederlandse bv die zelfstandigen rond of onder de tariefgrens inzet, ontstaat een concreet nieuw risico. Als een werkende later een beroep doet op het rechtsvermoeden, moet de opdrachtgever aantonen dat de relatie toch geen arbeidsovereenkomst was. Slaagt dat bewijs niet, dan kunnen de gevolgen terugwerken over de periode waarin feitelijk als werknemer is gewerkt, binnen de geldende verjarings- en vorderingsregels.
De belangrijkste verandering zit in de bewijspositie. Zonder dit bijzondere vermoeden moet een werkende die werknemersrechten claimt voldoende feiten aanvoeren waaruit een arbeidsovereenkomst volgt. Onder artikel 7:610aa BW wordt bij een beloning tot en met het toepasselijke bedrag vermoed dat de arbeid krachtens arbeidsovereenkomst is verricht. De opdrachtgever moet dat vermoeden weerleggen. Daarbij kijkt een rechter naar alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en duur van het werk, de manier waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald, de organisatorische inbedding, de verplichting het werk persoonlijk te verrichten, de totstandkoming en hoogte van de beloning, het commerciële risico en de vraag of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt. Er bestaat geen automatische rangorde tussen die omstandigheden.
Stel dat een Nederlandse bv achttien maanden dezelfde zzp’er inzet voor werkzaamheden die volledig in de gewone organisatie zijn opgenomen. De opdrachtgever bepaalt dagelijks prioriteiten en werktijden, de zzp’er gebruikt bedrijfsmiddelen van de bv, heeft geen andere klanten en loopt nauwelijks commercieel risico. Dan staat de bv bij een beroep op het rechtsvermoeden zwak, ongeacht hoe zorgvuldig de opdrachtovereenkomst is geformuleerd. De praktijk weegt zwaarder dan het etiket boven het contract.
Dit vervangt de fiscale handhaving van de Wet DBA niet. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid en kan bij een onjuist beoordeelde arbeidsrelatie naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Correcties lopen bij de hervatte handhaving in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025, behoudens situaties waarin op grond van oudere regels al kon worden gehandhaafd. Een civiele procedure over werknemersrechten en een fiscale controle kunnen naast elkaar bestaan. De betrokken instanties gebruiken deels dezelfde feiten, maar hebben een ander doel en andere rechtsgevolgen.
Voor de beoogde invoering eind 2026 is actie verstandiger dan afwachten. Bekijk iedere relatie rond of onder het verwachte toepasselijke tarief aan de hand van alle omstandigheden uit de Hoge Raad-rechtspraak. Relaties met structureel werk, intensieve aansturing, weinig commercieel risico en nauwelijks andere opdrachtgevers verdienen extra aandacht. Kies bij een feitelijke arbeidsovereenkomst voor loondienst. Leg bij echte zelfstandigheid vast hoe de zelfstandige opdrachten aanneemt, tarieven bepaalt, risico loopt en vrijheid houdt. Een hoger tarief kan het specifieke rechtsvermoeden buiten toepassing houden, maar repareert geen arbeidsrelatie die inhoudelijk dienstbetrekking is.
Let op: Een tarief boven de toepasselijke grens neemt alleen dit bijzondere rechtsvermoeden weg. Het voorkomt geen risico onder de Wet DBA en biedt geen garantie dat civielrechtelijk geen arbeidsovereenkomst bestaat. Voor die beoordeling blijft de feitelijke samenwerking beslissend.
De keuze van de zzp’er
Voor een zzp’er die tot en met de toepasselijke tariefgrens verdient, is het rechtsvermoeden een hulpmiddel dat beschikbaar is wanneer het nodig is. Het is geen automatisch oordeel. De wet verandert de overeenkomst niet uit zichzelf, maar geeft de werkende een sterkere bewijspositie zodra die zich tegenover de opdrachtgever op het vermoeden beroept en zo nodig naar de civiele rechter gaat.
Veel zelfstandigen zullen onder de grens vallen zonder dat er direct iets verandert. Iemand kan tijdelijk €30 per uur rekenen om een klantenbestand op te bouwen, bewust parttime werken of actief zijn in een sector met lagere marktprijzen. Die persoon wordt niet automatisch werknemer. Een zelfstandige met meerdere opdrachtgevers, vrijheid in uitvoering, eigen investeringen en werkelijk ondernemersrisico hoeft het rechtsvermoeden niet in te roepen wanneer die tevreden is met de positie als zzp’er. De mogelijkheid bestaat, maar gebruik is niet verplicht.
Voor een tweede groep is het verschil groot. Wie in de praktijk al als werknemer functioneert, maar op papier als zzp’er werkt, kan zich bij een laag tarief eenvoudiger op werknemersbescherming beroepen. Eerst kan de werkende de opdrachtgever aanspreken. Als partijen het niet eens worden, kan de civiele rechter beoordelen of het vermoeden is weerlegd. UWV beslist niet in algemene zin vooraf of de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is. Slaagt de vordering, dan kunnen rechten volgen zoals loon, vakantiebijslag, vakantiedagen, loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en mogelijk toepassing van een cao of pensioenregeling. Welke aanspraken en terugwerkende periode gelden, hangt af van de concrete vorderingen en wettelijke termijnen.
Er is nog een derde effect: de grens kan een onderhandelingsargument zijn. Een echte zelfstandige met een tarief onder de grens kan uitleggen dat de opdrachtgever belang heeft bij een tarief boven het toepasselijke bedrag. Dat voorkomt het specifieke bewijsvermoeden en erkent beter dat de zzp’er eigen kosten en risico’s draagt. Een tariefverhoging maakt iemand echter niet vanzelf ondernemer. Wie de bredere verschillen tussen ondernemingsvormen en zelfstandigenstatus wil begrijpen, kan ook de uitleg over een onderneming starten in Nederland gebruiken.
Eén onderdeel van een groter geheel
Het rechtsvermoeden staat niet op zichzelf. Het is de nieuwste laag in een ontwikkeling waardoor de oude aanpak, een modelovereenkomst tekenen en daarna niet meer naar de uitvoering kijken, voor geen van beide partijen nog voldoende is.
De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op de kwalificatie van arbeidsrelaties. Bij schijnzelfstandigheid kan de opdrachtgever naheffingsaanslagen loonheffingen krijgen. Voor 2025 gold een zachte landing zonder verzuim- en vergrijpboetes. Voor latere jaren moet steeds naar het actuele handhavingsbeleid worden gekeken. Belangrijker is dat de Belastingdienst beoordeelt hoe partijen werkelijk samenwerken. Een modelovereenkomst biedt alleen houvast wanneer de praktijk daarmee overeenkomt.
Het nieuwe rechtsvermoeden ligt als civielrechtelijke laag naast die fiscale handhaving. De werkende roept het in tegenover de opdrachtgever en kan de zaak aan de civiele rechter voorleggen. Een geslaagd beroep kan leiden tot arbeidsrechtelijke aanspraken, niet rechtstreeks tot een belastingaanslag. Dezelfde feiten kunnen later wel aanleiding zijn voor fiscale beoordeling. Het is te stellig om te zeggen dat een civiele uitspraak automatisch aandacht van de Belastingdienst of een naheffing veroorzaakt. De processen zijn juridisch afzonderlijk.
Een derde ontwikkeling is de initiatiefwet Zelfstandigenwet, die nog in behandeling en ontwikkeling is. Die beoogt een breder kader te bieden voor de beoordeling van zelfstandig werk. Een definitieve inhoud of invoeringsdatum staat op 13 augustus 2026 niet vast. Tot eventuele nieuwe wetgeving geldt het huidige civielrechtelijke toetsingskader, aangevuld met fiscale handhaving en straks het tariefgebonden rechtsvermoeden.
Voor een Nederlandse bv die regelmatig zelfstandigen inzet, is de optelsom duidelijk: voor iedere relatie moeten contract en praktijk op elkaar aansluiten. Houd een dossier bij met de wijze waarop opdrachten tot stand komen, vrijheid in planning en uitvoering, andere klanten, eigen investeringen, tariefonderhandeling, aansprakelijkheid en commercieel risico. Zie dit niet als een mechanische afvinklijst. Sinds het Uber-arrest van de Hoge Raad uit 2025 is extra duidelijk dat ondernemerschap volwaardig meeweegt en dat vergelijkbare werkzaamheden bij verschillende personen toch anders kunnen worden gekwalificeerd. Het opbouwen van goede documentatie binnen de normale administratie is een logisch gespreksonderwerp met een adviseur. De vergelijking tussen accountant en boekhouder helpt bepalen wie daarbij past.
Bereid u voor op de beoogde deadline van 31 december 2026
Of u nu de opdrachtgever bent of de zzp’er, voorbereiding geeft meer controle dan reageren nadat een conflict is ontstaan. Opdrachtgevers die hun relaties nu beoordelen, kunnen zelf kiezen tussen aanpassing van de opdracht, een passend hoger tarief of indiensttreding. Zzp’ers die de tariefgrens en hun feitelijke positie begrijpen, staan sterker wanneer zij werknemersrechten willen claimen of over hun voorwaarden onderhandelen.
Wilt u uw zzp-relaties vóór de beoogde invoering laten beoordelen aan de hand van de gezichtspunten van de Hoge Raad, of de salarisadministratie goed inrichten wanneer iemand in dienst moet komen? Plan een demonstratie, dan bespreken we uw situatie. Neno kan u ook helpen bij het oprichten van uw bv en bij het inrichten van zakelijk bankieren, boekhouding en salarisadministratie wanneer uw personeelsstructuur verandert.
Veelgestelde vragen
Wat is het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst?
Het is een wettelijk bewijsvermoeden dat arbeid tegen een beloning tot en met een vastgestelde tariefgrens krachtens arbeidsovereenkomst wordt verricht. Nadat de werkende er een beroep op doet, moet de opdrachtgever aantonen dat toch geen arbeidsovereenkomst bestaat.
Wanneer treedt de nieuwe wet in werking?
De Eerste Kamer nam de wet op 16 juni 2026 aan en zij is op 29 juni 2026 gepubliceerd. De inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit. De regering heeft zich binnen het Herstel- en Veerkrachtplan gericht op uiterlijk 31 december 2026, maar het formele besluit bepaalt de exacte datum.
Wat is de grens van €38 per uur en hoe is die berekend?
De gepubliceerde wet bevat een basisbedrag van €36. Door indexatie kwam de referentie per 1 januari 2026 uit op €38. De oorspronkelijke berekening hield rekening met minimumloon, werkgeverslasten en kosten die een zelfstandige zelf draagt. Het eerste toepasselijke bedrag bij invoering wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
Ben ik automatisch werknemer wanneer ik minder dan €38 per uur verdien?
Nee. De grens activeert pas een weerlegbaar vermoeden wanneer de werkende zich erop beroept. De wet herkwalificeert niemand automatisch en geldt niet voor werk voor een particulier die niet handelt in beroep of bedrijf.
Wat moet ik als Nederlandse opdrachtgever vóór 31 december 2026 doen?
Beoordeel relaties rond of onder de verwachte tariefgrens op basis van alle feitelijke omstandigheden. Leg echte zelfstandigheid goed vast en breng relaties die feitelijk loondienst zijn onder in een arbeidsovereenkomst. Gebruik het definitieve bedrag en de ingangsdatum zodra de ministeriële regeling en het koninklijk besluit zijn gepubliceerd.
Wat zijn de gezichtspunten van de Hoge Raad en gelden ze nog steeds?
De Hoge Raad benoemde in Deliveroo relevante omstandigheden voor de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Daaronder vallen onder meer aard en duur van het werk, aansturing, organisatorische inbedding, persoonlijke arbeid, beloning, commercieel risico en ondernemerschap. Ze zijn niet in deze wet gecodificeerd, maar blijven richtinggevend en kennen geen vaste onderlinge rangorde.
Wat is het verschil tussen het rechtsvermoeden en handhaving van de Wet DBA?
Het rechtsvermoeden is civielrechtelijk en wordt door de werkende ingeroepen. Het kan leiden tot arbeidsrechtelijke aanspraken. De Belastingdienst handhaaft fiscaal en kan loonheffingen naheffen. Beide kunnen rond dezelfde relatie spelen, maar zijn afzonderlijke procedures.
Kan een zzp’er het rechtsvermoeden inroepen als die liever zelfstandig blijft?
Het inroepen is vrijwillig. Een zzp’er die tevreden is met de zelfstandige positie hoeft niets te doen omdat het tarief onder de grens ligt. Wie het vermoeden wel inroept, stelt juist dat de relatie juridisch als arbeidsovereenkomst moet worden behandeld.
Wat gebeurt er wanneer een beroep op het rechtsvermoeden slaagt?
Dan wordt de relatie als arbeidsovereenkomst behandeld en kunnen onder meer loon, vakantiebijslag, vakantiedagen, loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en cao- of pensioenrechten volgen. De precieze aanspraken en terugwerkende periode hangen af van de feiten, de ingestelde vorderingen en verjaringstermijnen.
Verandert de tariefgrens in de loop van de tijd?
Ja. Het bedrag wordt tweemaal per jaar aangepast volgens de periodieke systematiek van het wettelijk minimumloon, op basis van contractloonontwikkeling, en naar boven afgerond op hele euro’s. Controleer daarom steeds het officieel gepubliceerde bedrag dat geldt op het moment waarop het werk wordt verricht.

Written by
Nick Knuppe
CEO en oprichter
