Finance

Boekhouding

Dividend in 2026 of 2027? Wat het voorgestelde lagere box 2-tarief betekent voor dga's

Dividend in 2026 of 2027? Vergelijk de huidige box 2-tarieven met de voorgestelde 29,2% in de tweede schijf en de dalende grens voor excessief lenen, voor drie dga-situaties.

•

14 min.

Dividend in 2026 of 2027? Wat het voorgestelde lagere box 2-tarief betekent voor dga's

Intro

Op 15 september 2026 liet het Belastingplan 2027 de tarieven in box 2 ongewijzigd. Twee weken later stelde het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer voor om het tarief in de tweede schijf te verlagen en tegelijk het bedrag dat een dga van de eigen bv mag lenen stapsgewijs te beperken. Sindsdien stelt iedere dga met een winstgevende bv en een rekening-courantschuld dezelfde vraag: dividend uitkeren vóór 31 december of wachten?

Het antwoord hangt af van drie zaken: hoeveel winstreserves de bv heeft, hoeveel de dga aan de bv verschuldigd is en hoeveel inkomen uit aanmerkelijk belang in 2026 al in box 2 is belast. Geen van de aanvullende voorstellen is al wet en het kabinet heeft nog geen parlementaire meerderheid. Daarom laten de volgende situaties zien welke keuze logisch kan zijn, ongeacht hoe de stemming afloopt.

Wat veranderde er op 29 september en wat betekent dat?

De vraag werd pas relevant door wat er tussen 15 en 29 september gebeurde. Op Prinsjesdag diende het kabinet het Belastingplan 2027 in met ongewijzigde box 2-tarieven: 24,5% in de eerste schijf en 31% in de tweede. De grens van de eerste schijf zou door indexering stijgen van € 68.843 naar € 69.607 per persoon. Op 29 september kondigde het kabinet aanvullende voorstellen aan. Het tarief in de tweede schijf zou voor de vier jaren 2027 tot en met 2030 dalen van 31% naar 29,2% en vanaf 2031 terugkeren naar 31%. Het tarief in de eerste schijf blijft 24,5%.

Dit is nog geen definitieve wetgeving. De voorstellen moeten door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA beschikt nog niet over een meerderheid voor het belastingpakket. De Tweede Kamer hervat de behandeling op 26 oktober en stemt volgens de planning op 12 november; daarna volgt de Eerste Kamer. Behandel de voorstellen dus als serieus, maar onzeker. De praktische vraag is welke keuze ook verstandig blijft als ze niet worden aangenomen.

De voorgestelde tariefverlaging staat niet op zichzelf. In dezelfde brief stelde het kabinet voor om de grens voor excessief lenen - het gezamenlijke bedrag dat een aanmerkelijkbelanghouder en diens fiscale partner van de eigen bv kunnen lenen voordat box 2-heffing ontstaat - vanaf € 500.000 in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 te verlagen. De grens zou op 31 december 2027 € 420.000 bedragen en daarna achtereenvolgens € 340.000, € 260.000, € 180.000 en € 100.000 in 2031. Een kwalificerende eigenwoningschuld blijft buiten beschouwing. Voor schulden die na 31 december 2022 zijn aangegaan, moet de bv daarvoor in beginsel een recht van hypotheek hebben; voor op 31 december 2022 al bestaande eigenwoningschulden geldt overgangsrecht. Het kabinet wil dga’s met het tijdelijk lagere tarief stimuleren om vermogen uit de bv te halen. Het pakket draagt tevens bij aan de financiering van de versnelde overgang naar een vermogenswinstbelasting in box 3.

Belangrijkste conclusie: Geen van de voorstellen van 29 september is al wet. Worden ze aangenomen, dan daalt het tarief in de tweede box 2-schijf voor 2027 tot en met 2030 naar 29,2% en daalt de grens voor excessief lenen op 31 december 2027 van € 500.000 naar € 420.000, om in 2031 uit te komen op € 100.000. Omdat de eerste lagere leengrens pas op 31 december 2027 wordt getoetst, draait de keuze voor 2026 vooral om het benutten van de eerste tariefschijf. Voor dga’s met een rekening-courantschuld begint het echte werk in 2027.

De bredere fiscale context van het Prinsjesdagpakket lees je in Belastingplan 2027 in gewone taal.

2026 en 2027: de cijfers naast elkaar

Voor een goede vergelijking zijn drie kolommen nodig in plaats van twee, omdat er voor 2027 twee varianten bestaan: het op Prinsjesdag ingediende voorstel en het aanvullende voorstel van 29 september.

Parameter

2026

2027 zoals ingediend

Aanvullend voorstel 2027

Tarief eerste schijf

24,5%

24,5%

24,5%

Grens eerste schijf per persoon

€ 68.843

€ 69.607

€ 69.607

Tarief tweede schijf

31%

31%

29,2% (2027 t/m 2030)

Door de bv ingehouden dividendbelasting

15%

15%

15%

Gezamenlijke eerste-schijfruimte fiscale partners

€ 137.686

€ 139.214

€ 139.214

Grens excessief lenen

€ 500.000

€ 500.000

€ 420.000 op 31 december 2027

VPB over winst tot € 200.000

19%

19%

19%

Gecombineerde VPB en box 2, eerste schijf

38,85%

38,85%

38,85%

Gecombineerde VPB en box 2, tweede schijf

44,11%

44,11%

42,65%

De voorgestelde verlaging bedraagt 1,8 procentpunt over iedere euro die in de tweede schijf valt. Bij een bruto dividend van € 100.000 dat volledig in de tweede schijf valt, levert dat € 1.800 op; bij € 500.000 is het voordeel € 9.000. Voor € 100.000 ziet de berekening er als volgt uit. In 2026 houdt de bv € 15.000 dividendbelasting in. De box 2-heffing bedraagt 31% van € 100.000, oftewel € 31.000. Na verrekening van de ingehouden € 15.000 resteert € 16.000 te betalen via de aangifte inkomstenbelasting. De totale heffing blijft € 31.000 en netto resteert € 69.000. Bij het voorgestelde tarief voor 2027 bedraagt de box 2-heffing € 29.200, resteert na verrekening € 14.200 en houdt de dga € 70.800 over. Dividendbelasting is dus een voorheffing, geen aanvullende belasting.

Voordat dividend kan worden uitgekeerd, betaalt de bv vennootschapsbelasting. Voor de dga is daarom ook de gecombineerde belastingdruk relevant. Bij 19% VPB wordt winst die via de tweede box 2-schijf wordt uitgekeerd belast tegen 19% plus 81% van 31%: samen 44,11%. Bij een box 2-tarief van 29,2% is dit 42,65%. De tariefverlaging van 1,8 procentpunt in box 2 verlaagt de gecombineerde druk dus met 1,46 procentpunt. Over winst boven € 200.000 bedraagt de VPB 25,8%, waardoor de gecombineerde druk hoger uitvalt. Dga-salaris of dividend vergelijkt beide beloningsvormen. De voorafgaande VPB-berekening komt aan bod in commerciële en fiscale winst van een Nederlandse bv.

Situatie A: je hebt winstreserves en geen grote rekening-courantschuld

Voor een dga met aanzienlijke winstreserves, weinig of geen rekening-courantschuld en nog ongebruikte ruimte in de eerste box 2-schijf van 2026, is de eerste stap niet afhankelijk van wachten. De eerste schijf is een jaarlijkse mogelijkheid die niet kan worden doorgeschoven. De € 68.843 per persoon tegen 24,5% vervalt aan het einde van 2026; op 1 januari 2027 ontstaat een nieuwe schijf van € 69.607. Dividend uitkeren tot de grens vóór 31 december leidt daarom niet tot een hoger box 2-tarief dan wachten. Het verschil van € 764 in de schijfgrens voor 2027 vertegenwoordigt slechts circa € 50. Fiscale partners kunnen het gezamenlijke inkomen uit aanmerkelijk belang in hun aangiften onderling verdelen. Daardoor kunnen beide eerste schijven worden benut, ook als maar één partner de aandelen bezit. Bij een grote dividenduitkering is de extra eerste schijf in 2026 ongeveer € 4.475 waard: 6,5 procentpunt over € 68.843.

De voorgestelde tariefverlaging is alleen relevant voor het deel boven de eerste schijf. Neem een bruto uitkering van € 300.000 aan één dga zonder ander box 2-inkomen. In 2026 bedraagt de box 2-heffing ongeveer € 88.525. Bij de voorgestelde tarieven voor 2027 is dat circa € 84.328, een besparing van ongeveer € 4.200. Vrijwel het hele voordeel komt van de voorgestelde verlaging, want bij de op Prinsjesdag ingediende tarieven zou dezelfde uitkering in 2027 circa € 88.480 kosten, vrijwel gelijk aan 2026. Het is een reëel voordeel, maar minder dan 1,5% van de uitkering.

Tel eerst al het in 2026 ontvangen box 2-inkomen op, inclusief eventuele verkoopwinst op aandelen. Controleer hoeveel liquide middelen de bv kan uitkeren en bepaal hoe fiscale partners het inkomen verdelen. Laat vóór het einde van het jaar het dividendbesluit nemen en het bestuur de uitkeringstest uitvoeren en goedkeuring verlenen. Zorg bovendien dat de dividendvordering in het beoogde belastingjaar daadwerkelijk ter beschikking staat, wordt verrekend of opeisbaar en inbaar is. Een administratief voornemen is onvoldoende.

De doorslaggevende beperking is vaak de liquiditeit. Een bv mag alleen uitkeren als zij daarna haar opeisbare schulden kan blijven betalen. Grote winstreserves betekenen niet automatisch dat er voldoende geld beschikbaar is. Wat de bv verantwoord kan uitkeren, kan daarom belangrijker zijn dan het belastingtarief.

Situatie B: je hebt een aanzienlijke rekening-courantschuld

Voor een dga met een rekening-courantschuld tussen ongeveer € 400.000 en € 500.000 werken de voorstellen anders uit. Een dga die nu € 450.000 verschuldigd is, blijft onder de huidige grens van € 500.000. Als op 31 december 2027 de voorgestelde grens van € 420.000 geldt, ontstaat zonder één euro extra te lenen toch een bovenmatig deel van € 30.000. Niet de schuld, maar de grens is veranderd.

De peildatum daarvoor is 31 december 2027 en niet 2026. Er is dus een jaar om maatregelen te nemen, waarbij de eerste schijf van 2026 een relatief goedkope start kan bieden. Het bovenmatige deel wordt als fictief regulier voordeel in box 2 belast, maar eenzelfde bedrag wordt niet ieder jaar opnieuw belast. Eerder als positief fictief regulier voordeel belaste bedragen verhogen de relevante drempel voor latere jaren. Een dga met € 480.000 schuld zou op 31 december 2027 bij een grens van € 420.000 een bovenmatig deel van € 60.000 hebben. Valt dit volledig in de eerste schijf, dan is ongeveer € 14.700 box 2-heffing verschuldigd. In 2028 wordt de basisgrens volgens het voorstel € 340.000. Bij een ongewijzigde schuld bedraagt het totale verschil € 140.000, maar wordt door de eerdere heffing in beginsel alleen de nieuwe toename van € 80.000 belast. Bij de voorgestelde tarieven kost € 80.000, als dit het enige box 2-inkomen is, circa € 20.100.

De aflossingsroutes hebben verschillende fiscale gevolgen. Aflossen uit privévermogen veroorzaakt op zichzelf geen box 2-heffing. Een kapitaalstorting of inbreng van bezittingen kan ook, maar kan andere fiscale en civielrechtelijke gevolgen hebben. Extra salaris is vaak duur, omdat loon tegen maximaal 49,5% kan worden belast. Dividend verrekenen met de rekening-courant kan aantrekkelijk zijn als de dga toch winst wil uitkeren. De schuld daalt met het netto dividend na 15% dividendbelasting. Een bruto dividend van ongeveer € 70.600 verlaagt een schuld van € 480.000 daardoor met circa € 60.000 tot € 420.000. Valt dit volledig in de eerste schijf, dan bedraagt de totale box 2-heffing ongeveer € 17.300. Een kwalificerende eigenwoningschuld kan buiten de berekening blijven; voor na 31 december 2022 aangegane schulden is in beginsel een hypotheekrecht voor de bv vereist. Lenen van je eigen bv legt de systematiek uit.

Let op: De grens wordt ieder jaar getoetst op 31 december. Een dga die de schuld in het voorjaar verlaagt en vóór het einde van het jaar opnieuw opneemt, wordt beoordeeld op het saldo van 31 december. De vermindering moet op die datum bestaan en niet slechts tijdelijk in de loop van het jaar zijn bereikt.

Situatie C: je valt in 2026 al in de tweede schijf

Een dga die in 2026 al meer dan € 68.843 aan box 2-inkomen heeft genoten, bijvoorbeeld door eerder dividend of verkoop van aandelen, betaalt over iedere volgende euro in 2026 31%. Voor deze dga is wachten het duidelijkste geval. Stel dat nog € 100.000 moet worden uitgekeerd. In 2026 kost dit € 31.000. Op 1 januari 2027 ontstaat een nieuwe eerste schijf: over € 69.607 is tegen 24,5% ongeveer € 17.054 verschuldigd. Over de resterende € 30.393 is bij 31% circa € 9.422 verschuldigd, of bij het voorgestelde tarief van 29,2% ongeveer € 8.875. De totale heffing bedraagt dus circa € 26.476 als de verlaging niet doorgaat en circa € 25.929 als zij wel wordt aangenomen.

Wachten bespaart ongeveer € 4.500 als het aanvullende voorstel niet doorgaat en circa € 5.070 als het wel wordt aangenomen. Het grootste voordeel komt door de nieuwe eerste schijf, niet door de tariefverlaging. Gaat het voorstel niet door, dan blijft de tweede schijf in beide jaren 31%. Nadelen zijn dat het geld langer in de bv blijft en de regels opnieuw kunnen veranderen. Wie het geld nu nodig heeft, moet dat afwegen tegen circa € 4.500 per € 100.000 dividend.

De dalende grens: zo veranderen de bedragen per jaar

Het tempo van de voorgestelde verlaging is belangrijker dan het eindbedrag. Iedere jaarlijkse stap van € 80.000 creëert op 31 december een nieuwe grens. Zonder extra te lenen kan een dga daardoor van het ene op het andere jaar boven de grens uitkomen.

De grens van € 420.000 in 2027 raakt aanvankelijk alleen dga’s die meer dan dat bedrag aan hun bv verschuldigd zijn. Iedere volgende stap vergroot de groep. Bij € 340.000 in 2028 en € 260.000 in 2029 worden ook dga’s geraakt die de rekening-courant gebruikten voor privé-uitgaven, beleggingen of financiering van een woning. Bij € 180.000 in 2030 en € 100.000 in 2031 is de rekening-courant nauwelijks nog geschikt als langlopende privéfinanciering. Omdat hetzelfde bovenmatige bedrag niet ieder jaar opnieuw wordt belast, wordt de heffing gespreid. Bij een ongewijzigde schuld van € 480.000 is in 2031 in totaal € 380.000 boven de basisgrens uitgekomen, opgebouwd uit eerst € 60.000 en daarna stappen van € 80.000.

Door de politieke onzekerheid is een plan dat bij beide uitkomsten werkt waardevoller dan een gok. Jaarlijks de eerste schijf benutten, een eigenwoninglening correct vastleggen en de rekening-courant zorgvuldig administreren blijven zinvol. Alleen de verlaging van het hoge tarief en het precieze afbouwpad hangen rechtstreeks van de voorstellen af. Wijzigt het parlement één onderdeel, dan veranderen de cijfers, maar niet de logica van het jaarlijks benutten van de tariefruimte.

Het voorgestelde lagere tarief in de tweede schijf zou gelden van 2027 tot en met 2030, precies vier jaar. De bedoeling van het kabinet is duidelijk: dga’s stimuleren vermogen uit hun bv te halen en rekening-courantschulden af te lossen. Een dga met zowel grote winstreserves als een hoge schuld begint daarom beter met een meerjarenplan dan met één eindejaarsactie. Benut ieder jaar de eerste schijf voor beide fiscale partners, vergelijk de aflossingsmogelijkheden en toets de positie op 31 december aan de grens van dat jaar. De eindejaarsplanning, inclusief het rekening-courantsaldo, wordt behandeld in fiscale eindejaarsplanning voor Nederlandse bv-oprichters. Wil je dat je rekening-courant en dividenduitkeringen gedurende het jaar tegen de grenzen worden bewaakt? Boek een demo of bekijk hoe boekhouding en salarisadministratie voor een bv werkt. We kunnen je ook helpen bij het oprichten van een bv.

Veelgestelde vragen

Wat is het box 2-tarief in 2026?

In 2026 betaal je 24,5% over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen per persoon en 31% over het meerdere. De bv houdt 15% dividendbelasting in. Deze voorheffing wordt verrekend met de uiteindelijke box 2-heffing in de aangifte inkomstenbelasting.

Wat is het voorgestelde box 2-tarief in 2027?

Het op Prinsjesdag ingediende Belastingplan 2027 handhaaft 24,5% tot € 69.607 en 31% over het meerdere. Volgens het aanvullende voorstel van 29 september 2026 daalt het tarief in de tweede schijf voor 2027 tot en met 2030 naar 29,2%. Dit voorstel is nog geen wet.

Wanneer werd de verlaging van het box 2-tarief aangekondigd?

Op 29 september 2026, in een brief van het kabinet aan de Tweede Kamer, twee weken nadat het Belastingplan 2027 op Prinsjesdag was ingediend.

Is het lagere box 2-tarief al aangenomen?

Nee. Het minderheidskabinet beschikt nog niet over een meerderheid voor het belastingpakket. De Tweede Kamer stemt volgens de planning op 12 november; daarna moet ook de Eerste Kamer instemmen. De voorstellen kunnen tijdens de behandeling nog veranderen.

Moet ik in 2026 dividend uitkeren of wachten tot 2027?

Dat hangt af van je situatie. Benut de eerste schijf van 2026 als die nog beschikbaar is en uitkeren civielrechtelijk en financieel verantwoord is, want ongebruikte ruimte schuift niet door. Val je in 2026 al in de tweede schijf, dan kan wachten door de nieuwe eerste schijf circa € 4.500 per € 100.000 besparen, plus een extra voordeel als het lagere tarief doorgaat. Heb je een hoge rekening-courantschuld, begin dan tijdig met een meerjarenplan voor 2027 en daarna.

Wat is de grens voor excessief lenen en hoe verandert die vanaf 2027?

De grens is het gezamenlijke bedrag dat een aanmerkelijkbelanghouder en diens fiscale partner op 31 december aan de eigen bv kunnen verschuldigd zijn zonder een positief fictief regulier voordeel in box 2. In 2026 bedraagt de basisgrens € 500.000. Het voorstel verlaagt deze naar € 420.000 op 31 december 2027 en daarna naar € 340.000, € 260.000, € 180.000 en € 100.000 in 2031. Kwalificerende eigenwoningschulden blijven onder voorwaarden buiten beschouwing.

Geldt de lagere grens ook als ik niet méér leen?

Ja. Als het voorstel wordt aangenomen, kan een schuld die in het ene jaar onder de grens bleef het volgende jaar boven de lagere grens uitkomen, zonder nieuwe opname. Het bovenmatige deel wordt als box 2-inkomen belast. Door de wettelijke systematiek wordt hetzelfde bedrag niet ieder jaar opnieuw als positief fictief regulier voordeel belast.

Wat is de beste strategie voor een dga met een hoge rekening-courantschuld en grote winstreserves?

Maak een meerjarenplan. Benut jaarlijks de eerste tariefschijf van beide fiscale partners, vergelijk aflossing via verrekening van dividend met aflossing uit privévermogen of een zorgvuldig vormgegeven kapitaalstorting, leg een kwalificerende eigenwoninglening correct vast en controleer ieder jaar het saldo op 31 december. Fiscaal partnerschap in Nederland legt uit hoe partners box 2-inkomen kunnen verdelen.

Hoelang geldt het voorgestelde lagere box 2-tarief?

Vier jaar: van 2027 tot en met 2030. Vanaf 2031 zou het tarief in de tweede schijf weer 31% bedragen.

Wat is de gecombineerde effectieve belastingdruk op bv-winst die als dividend wordt uitgekeerd?

Bij 19% VPB bedraagt de gecombineerde druk in 2026 38,85% in de eerste box 2-schijf en 44,11% in de tweede. Bij het voorgestelde tarief van 29,2% in de tweede schijf daalt de gecombineerde druk daar naar 42,65%. Over winst boven € 200.000 geldt 25,8% VPB en is de gecombineerde belastingdruk hoger.

Portrait of Nick
Portrait of Nick

Written by

Nick Knuppe

CEO en oprichter

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.