Boekhouding

Boekhouding

Zelfstandigenaftrek: Wie kan er nog aanspraak op maken nu de aftrek wordt afgebouwd

De zelfstandigenaftrek daalt naar € 1.200 in 2026. Bekijk wie er nog voor in aanmerking komt, wat het kost om deze kwijt te raken en wat er daadwerkelijk overblijft.

Zelfstandigenaftrek claimen Nederland

Intro

Een zzp'er die precies dezelfde winst maakt, hetzelfde aantal uren werkt en hetzelfde bedrijf runt, betaalt dit jaar aanzienlijk meer inkomstenbelasting dan vijf jaar geleden. Aan de onderneming veranderde niets. Wat wel veranderde, is bewust overheidsbeleid: de zelfstandigenaftrek wordt volgens een vast schema steeds verder verlaagd.

In dit artikel behandelen we die afbouw zoals die voor ondernemers uitpakt: als een concrete politieke keuze met echte financiële gevolgen, niet als een abstract belastingonderwerp. Je ziet hoe snel het voordeel is gekrompen, wie nog recht heeft op het resterende bedrag, welke ondernemersregelingen buiten schot zijn gebleven, wat het effect is bij verschillende winstniveaus en wat je als ondernemer nog wél kunt doen nu de koers vastligt.

Van € 6.670 naar € 1.200 in vijf jaar

In 2021 bedroeg de zelfstandigenaftrek € 6.670. In 2026 is daar nog € 1.200 van over. Dezelfde ondernemer, met dezelfde inkomsten, onderneming en uren, betaalt daardoor ieder jaar meer inkomstenbelasting. Weten welk bedrag nog beschikbaar is en wie eraan voldoet, is de enige echt nuttige reactie op beleid dat al is ingevoerd en voorlopig niet wordt teruggedraaid.

Jaar

Zelfstandigenaftrek

Maximaal belastingvoordeel tegen 37,56%

2020

€ 7.030

circa € 2.640

2021

€ 6.670

circa € 2.505

2022

€ 6.310

circa € 2.370

2023

€ 5.030

circa € 1.889

2024

€ 3.750

circa € 1.409

2025

€ 2.470

circa € 928

2026

€ 1.200

circa € 451

2027 en later, volgens huidig schema

€ 900

circa € 338

Let op: Op sommige Nederlandse websites en in verouderde rekentools staat nog € 2.470 als bedrag voor 2026. Dat is het bedrag van 2025. De Belastingdienst bevestigt voor 2026 een zelfstandigenaftrek van € 1.200. Controleer het jaarbedrag daarom altijd voordat je aangifte doet.

De reden voor deze afbouw is duidelijk. De overheid wil het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen. Werkgevers dragen voor werknemers premies en andere werkgeverslasten af, terwijl die lasten bij zzp'ers anders zijn georganiseerd. Volgens de wetgever vergrootte de zelfstandigenaftrek in de oude vorm het kostenverschil tussen beide groepen te veel.

Of je die redenering overtuigend vindt, is een politieke afweging. De richting en de omvang van de afbouw staan echter vast. Om te begrijpen waar deze aftrek binnen de inkomstenbelasting past, helpt ook ons overzicht van hoeveel belasting je als ondernemer betaalt.

Aan welke twee voorwaarden moet je voldoen?

De zelfstandigenaftrek kent in de kern twee voorwaarden. Je moet aan beide voldoen. Vooral de tweede voorwaarde levert bij ondernemers met daarnaast een baan in loondienst regelmatig verrassingen op.

Voorwaarde één: je bent ondernemer voor de IB. De Belastingdienst moet je aanmerken als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Alleen inkomsten verdienen met freelancewerk is daarvoor niet genoeg. Wie incidenteel diensten levert zonder duidelijke winstverwachting, zelfstandigheid, continuïteit en ondernemersrisico, kan worden aangemerkt als resultaatgenieter. Dan heb je geen recht op de zelfstandigenaftrek of de MKB-winstvrijstelling.

De beoordeling hangt af van de feiten. De Belastingdienst kijkt onder meer naar winst en winstverwachting, zelfstandigheid, investeringen, bestede tijd, het aantal opdrachtgevers, zichtbaarheid naar buiten en financieel risico. Een consultant die drie jaar voor één opdrachtgever werkt, iedere maand een vast bedrag ontvangt en nooit actief nieuwe klanten zoekt, staat fiscaal zwakker dan een consultant met vier opdrachtgevers, een eigen website en inkomsten die afhangen van de geleverde opdrachten.

Voorwaarde twee: je voldoet aan het urencriterium. Je moet in het kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan één of meer ondernemingen besteden. Niet alleen declarabele uren tellen mee. Ook administratie, acquisitie, offertes, marketing, onderhoud van de zakelijke website, vakgerichte voorbereiding en zakelijke reistijd kunnen meetellen, zolang je aannemelijk kunt maken dat de uren werkelijk aan de onderneming zijn besteed.

Bewijs is belangrijker dan veel ondernemers denken. De Belastingdienst mag vragen hoe je aan de 1.225 uur komt. Een agenda met tijdregistratie, projectmanagementsysteem, urenstaat, offertes en facturen vormen samen bruikbaar bewijs. Zonder enige administratie wordt het lastig om de aftrek te verdedigen als de aangifte wordt gecontroleerd. Alleen beschikbaar zijn zonder daadwerkelijk voor de onderneming te werken, telt niet mee.

Binnen het urencriterium zit nog een extra toets voor ondernemers die daarnaast andere werkzaamheden verrichten. In beginsel moet je meer tijd aan je onderneming besteden dan aan bijvoorbeeld loondienst. Werk je 1.225 uur in je onderneming en 2.000 uur in loondienst, dan voldoe je dus niet aan die eis. Er is wel een belangrijke uitzondering: was je in ten minste één van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer, dan hoef je alleen aan de grens van 1.225 uur te voldoen en niet aan de zogenoemde grotendeels-eis.

Kernpunt: Ondernemer zijn voor de IB is niet hetzelfde als jezelf zzp'er noemen of ingeschreven staan bij de KvK. Het is een fiscale kwalificatie op basis van de werkelijke omstandigheden. Vooral langdurig werken voor één opdrachtgever, zonder zichtbaar ondernemersrisico of actieve acquisitie, kan tot discussie leiden. De voorwaarden worden ieder jaar opnieuw beoordeeld.

Of een concrete werksituatie beide toetsen doorstaat, is iets om direct te beoordelen wanneer je een onderneming in Nederland start. De inrichting en dagelijkse praktijk van je bedrijf bepalen hoe sterk je positie als IB-ondernemer is.

Welke regelingen zijn niet afgebouwd?

De afbouw raakt één specifieke aftrekpost: de zelfstandigenaftrek. De MKB-winstvrijstelling, de startersaftrek en verschillende andere ondernemersregelingen verdwijnen hierdoor niet. Weten wat er nog bestaat, maakt dit onderwerp een stuk praktischer.

De MKB-winstvrijstelling bedraagt in 2026 12,7%. Iedere ondernemer voor de IB krijgt deze vrijstelling over de winst nadat de ondernemersaftrek is toegepast. Er geldt geen urencriterium voor. Bij een positieve winst past de Belastingdienst de vrijstelling automatisch toe. Bij verlies werkt de regeling juist ongunstig, omdat ook het verrekenbare fiscale verlies met 12,7% wordt verkleind.

Stel dat een ondernemer € 50.000 winst maakt en alleen de zelfstandigenaftrek van € 1.200 toepast. Na die aftrek resteert € 48.800. De MKB-winstvrijstelling bedraagt dan € 6.198. Het maximale belastingvoordeel daarvan is bij het aftrektarief van 37,56% ongeveer € 2.328. Dat voordeel blijft in 2026 dus veel groter dan het voordeel van de zelfstandigenaftrek zelf.

Ook de startersaftrek van € 2.123 blijft in 2026 bestaan. Wie aan de voorwaarden voldoet, verhoogt de zelfstandigenaftrek met dit bedrag. Samen leveren de zelfstandigenaftrek en startersaftrek dan € 3.323 aftrek op. Tegen het maximale aftrektarief van 37,56% vertegenwoordigt dat ongeveer € 1.248 belastingvoordeel.

Starters hebben bovendien een uitzondering op de winstbeperking. Normaal kan de zelfstandigenaftrek niet hoger zijn dan de winst vóór ondernemersaftrek. Heb je recht op startersaftrek, dan geldt die beperking niet en kun je het volledige gezamenlijke bedrag toepassen. Voor de startersaftrek moet je in één of meer van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer zijn geweest en mag je in die periode niet vaker dan twee keer zelfstandigenaftrek hebben toegepast.

Andere regelingen vullen het beeld aan. De meewerkaftrek kan gelden wanneer je fiscale partner zonder of tegen een beperkte vergoeding in de onderneming meewerkt, maar daarvoor moet je zelf wél aan het urencriterium voldoen. Investeringsaftrek, waaronder KIA, EIA en MIA, kan beschikbaar zijn bij kwalificerende bedrijfsinvesteringen. De stakingsaftrek kan spelen wanneer je een onderneming staakt. Iedere regeling heeft eigen voorwaarden; ze blijven niet automatisch beschikbaar alleen omdat je ondernemer voor de IB bent. De verschillen tussen investeringen direct aftrekken en afschrijven leggen we uit in afschrijven versus direct aftrekken.

Wat betekenen de cijfers bij twee winstniveaus?

Percentages blijven abstract totdat je ze op echte bedragen toepast. Twee voorbeelden laten zien wat de lagere zelfstandigenaftrek in 2026 doet. Om het effect van uitsluitend deze aftrek zichtbaar te maken, gebruiken we in beide varianten de tarieven en de MKB-winstvrijstelling van 2026. Heffingskortingen, de ZVW-bijdrage en andere persoonlijke inkomensbestanddelen laten we buiten beschouwing.

Bij € 30.000 winst trekt een kwalificerende zzp'er in 2026 eerst € 1.200 zelfstandigenaftrek af. Er resteert € 28.800. De MKB-winstvrijstelling van 12,7% bedraagt vervolgens € 3.658, waardoor de belastbare winst uitkomt op ongeveer € 25.142. Tegen het tarief van 35,75% in de eerste box 1-schijf is de berekende belasting vóór heffingskortingen ongeveer € 8.988.

Stel nu dat de zelfstandigenaftrek nog € 6.670 zou bedragen, terwijl alle overige regels van 2026 gelijk blijven. Na de aftrek resteert € 23.330. De MKB-winstvrijstelling bedraagt dan € 2.963 en de belastbare winst ongeveer € 20.367. De belasting vóór heffingskortingen komt uit op circa € 7.281. Alleen het verschil in zelfstandigenaftrek kost deze ondernemer in dit rekenvoorbeeld dus ongeveer € 1.707 per jaar.

Bij € 60.000 winst verlaagt de zelfstandigenaftrek van € 1.200 de winst eerst naar € 58.800. De MKB-winstvrijstelling bedraagt ongeveer € 7.468. Er resteert een belastbare winst van circa € 51.332. Dat bedrag valt deels in de eerste schijf van 35,75% en deels in de tweede schijf van 37,56%. De berekende belasting vóór heffingskortingen is ongeveer € 18.577.

Met een zelfstandigenaftrek van € 6.670 en verder dezelfde regels van 2026 zou de belastbare winst ongeveer € 46.557 zijn. De berekende belasting vóór heffingskortingen komt dan uit op circa € 16.783. Het verschil door de afbouw bedraagt in dit voorbeeld ongeveer € 1.794 per jaar.

Beide voorbeelden laten hetzelfde patroon zien. De ondernemer heeft niets veranderd aan omzet, kosten of uren. Alleen het wettelijke aftrekbedrag veranderde. Het precieze nettoverschil op de aanslag kan anders uitvallen doordat heffingskortingen, ander box 1-inkomen en de ZVW-bijdrage meebewegen. Voor een goede begroting moet je de afbouw daarom behandelen als een structurele lastenstijging, net als hogere huur of verzekeringspremies.

Wat kun je er praktisch aan doen?

Een individuele ondernemer kan de afbouw niet terugdraaien. De zelfstandigenaftrek is in 2026 € 1.200 en daalt volgens het huidige wettelijke schema vanaf 2027 naar € 900. De zinvolle reactie is daarom aanpassen en plannen.

De eerste stap is je tarief opnieuw berekenen. In de voorbeelden kost de verlaging van € 6.670 naar € 1.200 ongeveer € 1.700 tot € 1.800 extra inkomstenbelasting per jaar, vóór het effect van heffingskortingen en ZVW. Om € 1.800 netto belastingeffect bij een marginaal tarief van 37,56% te compenseren, is ongeveer € 4.793 extra winst nodig. Verdeeld over 200 declarabele dagen is dat circa € 24 per dag, of ongeveer € 3 per uur bij een werkdag van acht declarabele uren.

De tweede stap is een sluitende urenregistratie. De zelfstandigenaftrek levert in 2026 maximaal ongeveer € 451 belastingvoordeel op en vereist minimaal 1.225 aannemelijk gemaakte uren. Een urenregistratie kost weinig. Geen registratie hebben kan de volledige aftrek kosten zodra de Belastingdienst om onderbouwing vraagt. Leg daarom vanaf de eerste werkdag niet alleen klanturen vast, maar ook administratie, acquisitie, offertes en andere zakelijke werkzaamheden.

De derde stap is je aandacht verbreden naar de MKB-winstvrijstelling. Veel zzp'ers kijken vooral naar de krimpende zelfstandigenaftrek, terwijl de vrijstelling van 12,7% bij winst aanzienlijk meer effect heeft en geen eigen urencriterium kent. Bij € 50.000 winst en € 1.200 zelfstandigenaftrek is het maximale belastingvoordeel van de MKB-winstvrijstelling ongeveer € 2.328. Voor een groeiende onderneming is dat fiscaal relevanter dan de resterende zelfstandigenaftrek.

De vierde stap is controleren of je nog niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek hebt. Is je winst in 2026 bijvoorbeeld € 500, dan kun je van de € 1.200 zelfstandigenaftrek slechts € 500 benutten. De resterende € 700 kan onder voorwaarden in de volgende negen jaar worden verrekend. De Belastingdienst stelt het bedrag vast bij beschikking en vermeldt het op je aanslagbiljet, maar je moet zelf bijhouden wat nog openstaat en het bedrag in een later jaar zelf in de aangifte opnemen. Vooral in de eerste jaren van een onderneming kan dat relevant zijn. Juist bij dit soort details kan de keuze tussen een accountant en boekhouder praktisch verschil maken.

Laat de resterende aftrekposten voor je werken

De afbouw wordt hiermee niet ongedaan gemaakt. Wel kun je voorkomen dat je regelingen laat liggen waarop je nog recht hebt: de zelfstandigenaftrek als je aan beide hoofdvoorwaarden voldoet, de MKB-winstvrijstelling voor ondernemers met winst, de startersaftrek binnen de geldende startersperiode en eventuele niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek uit eerdere aanslagen.

Wil je vóór je volgende aangifte controleren of je urenregistratie, fiscale ondernemersstatus en aftrekposten goed zijn ingericht? Plan een demo, dan nemen we je situatie samen door. We kunnen ook helpen bij het oprichten van je bv als die structuur beter bij je toekomstplannen past, of je boekhouding en salarisadministratie zo inrichten dat deze gegevens doorlopend worden bijgehouden in plaats van één keer per jaar te worden gereconstrueerd.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is de zelfstandigenaftrek in 2026?

De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 € 1.200. Wie ondernemer voor de IB is, aan het urencriterium voldoet en aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, mag dit vaste bedrag in beginsel van de winst aftrekken. In 2021 bedroeg de aftrek nog € 6.670.

Waarom wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd?

De overheid wil het fiscale verschil tussen zelfstandigen en werknemers verkleinen. De grotere zelfstandigenaftrek gaf zelfstandigen volgens de wetgever een te groot kostenvoordeel ten opzichte van werknemers, voor wie werkgevers verschillende premies en lasten betalen.

Wanneer stopt de afbouw?

Volgens het huidige wettelijke schema daalt de zelfstandigenaftrek in 2027 naar € 900 en blijft het bedrag vanaf dat jaar € 900. Een toekomstige regering kan de wet opnieuw wijzigen, maar verdere verlaging is op dit moment niet in het geldende schema opgenomen.

Wie heeft recht op zelfstandigenaftrek?

Je moet ondernemer voor de IB zijn en voldoen aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur. Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd bereikt, dan bedraagt de zelfstandigenaftrek 50% van het normale bedrag. Bij werkzaamheden naast de onderneming geldt meestal ook dat je meer tijd aan de onderneming dan aan ander werk besteedt.

Wat is het urencriterium?

Je moet minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming besteden. Klantwerk, administratie, offertes, marketing en andere aantoonbare zakelijke werkzaamheden kunnen meetellen. Ook wanneer je halverwege het jaar start of stopt, wordt de grens niet naar rato verlaagd.

Kan ik zelfstandigenaftrek krijgen als ik ook in loondienst werk?

Ja, maar meestal moet je naast de 1.225 uur ook meer tijd aan je onderneming besteden dan aan je baan en andere werkzaamheden. Was je in ten minste één van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer, dan geldt deze tweede eis niet en hoef je alleen de 1.225 uur te halen.

Wat is de startersaftrek en wordt die ook verlaagd?

De startersaftrek bedraagt in 2026 € 2.123 en maakt geen deel uit van de huidige afbouw. Wie aan de startersvoorwaarden én het urencriterium voldoet, telt dit bedrag op bij de zelfstandigenaftrek. De beperking dat de aftrek niet hoger mag zijn dan de winst geldt dan niet.

Wat is het verschil tussen zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling?

De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag en vereist zowel ondernemerschap voor de IB als het urencriterium. De MKB-winstvrijstelling is in 2026 12,7% van de winst na ondernemersaftrek, kent geen eigen urencriterium en wordt automatisch toegepast bij ondernemers voor de IB.

Wat gebeurt er als mijn winst lager is dan de zelfstandigenaftrek?

Het niet-benutte deel wordt niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Je kunt dit bedrag onder voorwaarden in de volgende negen jaar verrekenen als er voldoende winst is en je in het verrekenjaar opnieuw recht hebt op zelfstandigenaftrek. De Belastingdienst vermeldt het vastgestelde bedrag op het aanslagbiljet; je moet de verrekening later zelf in de aangifte opnemen. Voor starters geldt de winstbeperking niet.

Wordt de zelfstandigenaftrek helemaal afgeschaft?

Niet volgens de huidige wet. Het bedrag daalt vanaf 2027 naar € 900 en blijft volgens het geldende schema op dat niveau. Toekomstig beleid kan dat veranderen, maar volledige afschaffing is nu niet vastgelegd.

Portrait of Nick
Portrait of Nick

Written by

Nick Knuppe

CEO en oprichter

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.