Belasting

Boekhouding

Boekhouding

Btw op internationale diensten: wanneer geldt Nederlandse btw voor buitenlandse klanten?

Wanneer brengt u Nederlandse btw in rekening bij buitenlandse klanten? Bekijk de B2B/B2C- en EU/niet-EU-matrix, verleggingsregeling, ICP en de OSS-drempel van 10.000 euro.

14 min.

Nederlandse btw op internationale diensten

Intro

Een factuur aan een buitenlandse klant lijkt eenvoudig, totdat u bij de btw-regel komt. Moet u 21% Nederlandse btw rekenen, de btw verleggen of helemaal geen Nederlandse btw vermelden?

Het antwoord hangt niet alleen af van het land van uw klant. U moet ook weten of de klant ondernemer of particulier is, waar die klant is gevestigd en welk soort dienst u levert.

Een verkeerde keuze kan twee kanten opgaan. Rekent u btw terwijl dat niet hoeft, dan wordt uw prijs onnodig hoger en moet u mogelijk een creditfactuur maken. Rekent u geen btw terwijl dat wel had gemoeten, dan kan de Belastingdienst de btw, belastingrente en soms een boete bij u naheffen.

In dit artikel krijgt u een praktisch beslismodel, de belangrijkste uitzonderingen en de stappen voor uw factuur, btw-aangifte en opgaaf ICP.

Het beslismodel: vier situaties in één overzicht

Begin iedere internationale dienst met twee vragen. Is uw klant een ondernemer of een particulier? En is de klant gevestigd binnen of buiten de EU?

Die combinatie geeft vier basissituaties. Het overzicht hieronder is een startpunt. Controleer daarna altijd of voor uw dienst een bijzondere plaats-van-dienstregel geldt.

Klant

Binnen de EU

Buiten de EU

B2B, ondernemer

Meestal geen Nederlandse btw. Btw wordt verlegd naar de klant. Vermeld de dienst in rubriek 3b en in de opgaaf ICP.

Meestal geen Nederlandse btw. Geen opgaaf ICP. Is de dienst buiten de EU belast, dan neemt u deze doorgaans niet op in de Nederlandse btw-aangifte.

B2C, particulier

Hoofdregel: Nederlandse btw. Voor onder meer digitale diensten en bepaalde andere diensten gelden afwijkende regels.

Hoofdregel: Nederlandse btw. Voor een lange lijst diensten, zoals advies, reclame en elektronische diensten, kan de dienst juist belast zijn in het land van de klant.

Belangrijkste conclusie: Bij B2B-diensten ligt de plaats van dienst volgens de hoofdregel in het land van de zakelijke klant. Bij B2C-diensten ligt die volgens de hoofdregel in het land van de dienstverlener, dus Nederland. De uitzonderingen bepalen of u van die hoofdregel moet afwijken.

Stel dat een Nederlandse consultant voor € 6.000 werkt voor een Duitse GmbH met een geldig Duits btw-identificatienummer. De hoofdregel voor B2B-diensten wijst Duitsland aan als plaats van dienst. De consultant factureert zonder Nederlandse btw, vermeldt ‘btw verlegd’ en verwerkt de omzet in rubriek 3b en de opgaaf ICP.

Hetzelfde advies aan een Duitse particulier valt in beginsel onder de B2C-hoofdregel. Dan is de dienst in Nederland belast en berekent de consultant normaal gesproken Nederlandse btw.

De btw-behandeling werkt rechtstreeks door in uw administratie en aangifte. In ons overzicht over wanneer ondernemers btw-aangifte moeten doen leest u hoe dit aansluit op uw normale aangiftetijdvak.

Welke uitzonderingen gaan vóór de hoofdregel?

Niet iedere dienst volgt de standaardregels voor B2B of B2C. Voor bepaalde diensten kijkt de wet bijvoorbeeld naar de ligging van een pand, de plaats van een evenement of de locatie waar een vervoermiddel wordt overgedragen.

De precieze uitkomst kan ook verschillen tussen ondernemers en particulieren. Het is daarom te kort door de bocht om te zeggen dat iedere fysiek uitgevoerde dienst belast is waar het werk plaatsvindt.

Soort dienst

Waar is de dienst meestal belast?

Praktisch voorbeeld

Diensten rond onroerende zaken

Waar de onroerende zaak ligt

Een Nederlandse architect werkt aan een pand in België. De dienst kan in België belast zijn.

Toegang tot evenementen voor ondernemers

Waar het evenement plaatsvindt

Een Nederlandse organisator verkoopt toegang tot een beurs in Duitsland. De toegang is in Duitsland belast.

Culturele, educatieve en soortgelijke B2C-diensten

Vaak waar de activiteit plaatsvindt of, bij virtuele deelname, waar de particulier woont

Een Nederlandse trainer geeft een fysieke workshop in Frankrijk aan particulieren. Franse btw-regels kunnen gelden.

Personenvervoer

Naar verhouding van de afgelegde afstand

Bij een internationale busreis kan de vergoeding over verschillende landen worden verdeeld.

Restaurant- en cateringdiensten

Waar de dienst feitelijk wordt verricht

Een Nederlandse cateraar verzorgt een diner in Spanje. De dienst is in beginsel in Spanje belast.

Kortdurende verhuur van een vervoermiddel

Waar het vervoermiddel aan de klant ter beschikking wordt gesteld

Een huurauto wordt in Amsterdam opgehaald. De verhuur is in beginsel in Nederland belast.

Elektronische diensten aan particulieren

Waar de particulier woont, met een beperkte EU-drempelregeling

Een Nederlandse SaaS-aanbieder verkoopt abonnementen aan Belgische en Franse consumenten.

Diensten rond onroerende zaken worden vaak onderschat. Het gaat niet alleen om bouwen en verbouwen, maar kan ook gaan om ontwerp, toezicht, makelaarsdiensten of andere werkzaamheden die voldoende rechtstreeks met een specifiek pand samenhangen.

Een Nederlandse interieurontwerper die een algemeen huisstijlconcept maakt voor een Belgische winkelketen levert niet automatisch een onroerendgoeddienst. Ontwerpt diezelfde ondernemer de vaste inrichting voor één concreet winkelpand in Antwerpen, dan kan de band met dat pand wel doorslaggevend zijn.

Let op: Is een dienst in een ander land belast, dan kan daar een btw-registratie nodig zijn. Soms kan de btw lokaal worden verlegd, maar dat verschilt per land en per soort dienst. Controleer dit vóórdat u de eerste factuur verstuurt.

Voor ondernemers die hun structuur nog moeten opzetten, helpt het om internationale btw-verplichtingen meteen mee te nemen bij het starten van een bedrijf in Nederland.

Hoe werkt btw verleggen bij B2B-diensten binnen de EU?

Levert een Nederlandse ondernemer een dienst aan een ondernemer in een ander EU-land, dan ligt de plaats van dienst volgens de B2B-hoofdregel bij de afnemer. Meestal brengt u daarom geen Nederlandse btw in rekening en verlegt u de btw naar de klant.

Daarvoor moet u wel aannemelijk kunnen maken dat uw afnemer als ondernemer handelt. Een geldig buitenlands btw-identificatienummer is daarvoor belangrijk, maar ook de overeenkomst, bedrijfsgegevens en aard van de afgenomen dienst kunnen relevant zijn.

Op een correcte factuur staan in ieder geval:

  • uw bedrijfsnaam, adres en btw-identificatienummer;

  • de naam, het adres en het btw-identificatienummer van de klant;

  • de factuurdatum en een uniek, opvolgend factuurnummer;

  • een duidelijke omschrijving en de datum van de dienst;

  • het bedrag exclusief btw;

  • de tekst ‘btw verlegd’ of een begrijpelijk equivalent, zoals ‘reverse charge’;

  • geen Nederlandse btw als bedrag.

Een verwijzing naar de wettelijke basis kan nuttig zijn, maar is niet de kernvoorwaarde. Voor de plaats van dienst is artikel 44 van de Europese Btw-richtlijn relevant en voor de verlegging artikel 196. Op een Nederlandse factuur is ‘btw verlegd’ doorgaans de duidelijkste verplichte vermelding.

Controleer een EU-btw-identificatienummer in VIES. Bewaar de uitkomst met de datum van controle. Een ongeldige VIES-uitkomst betekent niet in iedere situatie automatisch dat Nederlandse btw verschuldigd is, maar u moet dan wel extra bewijs verzamelen dat de klant de dienst als ondernemer afneemt.

Naast uw btw-aangifte doet u een opgaaf ICP. Daarin vermeldt u per EU-klant het btw-identificatienummer en de totale waarde van de intracommunautaire diensten in het tijdvak.

Voor diensten kunt u de opgaaf ICP normaal per kwartaal doen. De uiterste datum staat op het formulier en de Belastingdienst geeft aan dat de opgaaf binnen twee maanden na afloop van het tijdvak moet zijn ingediend. Hebt u in een tijdvak geen intracommunautaire prestaties verricht, dan hoeft u voor dat tijdvak geen opgaaf ICP te doen.

De totalen moeten aansluiten:

  1. U factureert € 12.000 zonder Nederlandse btw aan een Franse zakelijke klant.

  2. U vermeldt de omzet in rubriek 3b van de Nederlandse btw-aangifte.

  3. U neemt dezelfde € 12.000 op bij het Franse btw-identificatienummer in de opgaaf ICP.

  4. De bedragen in rubriek 3b en de opgaaf ICP moeten over hetzelfde tijdvak op elkaar aansluiten.

Facturen vormen dus de bron voor twee afzonderlijke aangiften. Goed ingerichte e-facturatie in Nederland verkleint de kans dat een btw-identificatienummer, verleggingsvermelding of ICP-classificatie ontbreekt.

Wanneer geldt OSS en de grens van € 10.000 bij B2C-diensten?

Voor diensten aan EU-particulieren geldt als hoofdregel Nederlandse btw. De bekende grens van € 10.000 verandert dat niet voor alle diensten, maar alleen voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten aan consumenten.

De drempel geldt voor deze relevante omzet in alle andere EU-landen samen, exclusief btw. Daarbij wordt gekeken naar zowel het vorige als het lopende kalenderjaar. U moet bovendien alleen in Nederland gevestigd zijn, zonder vaste inrichting in een ander EU-land, om de drempel te kunnen gebruiken.

Blijft uw relevante omzet in het vorige én lopende jaar maximaal € 10.000, dan mag u Nederlandse btw berekenen. U kunt er ook vrijwillig voor kiezen om vanaf het begin btw van het land van de consument toe te passen. Die keuze geldt in beginsel minimaal twee kalenderjaren.

Zodra u de grens overschrijdt, geldt de btw van het land van de consument vanaf de transactie waarmee u over de grens gaat. U kunt zich dan lokaal registreren in ieder betrokken land of de Unieregeling van het One Stop Shop-systeem (OSS) gebruiken. Via OSS doet u één afzonderlijke kwartaalaangifte en draagt u de buitenlandse btw centraal af.

Let op: De grens is niet € 10.000 per land. Verkoopt u voor € 4.000 aan Belgische consumenten, € 3.500 aan Franse consumenten en € 3.000 aan Duitse consumenten, dan is de gezamenlijke relevante omzet € 10.500. De bestemmingslandregels gaan gelden vanaf de verkoop waarmee u de grens passeert.

Niet iedere online dienst is een elektronische dienst. Een vooraf opgenomen cursus die grotendeels automatisch wordt geleverd, kan daar wel onder vallen. Een live training via videobellen, waarbij een docent rechtstreeks met deelnemers werkt, is niet alleen door het online kanaal automatisch een elektronische dienst.

Ook een onderwijsvrijstelling moet afzonderlijk worden beoordeeld. Online onderwijs kan onder voorwaarden vrijgesteld zijn als er interactie mogelijk is tussen docent en leerling en het onderwijs zelf aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet.

Bekijk vier facturen van één Nederlandse IT-ondernemer:

  1. Duitse GmbH, B2B binnen de EU: € 5.000 voor softwareontwikkeling. Geen Nederlandse btw, ‘btw verlegd’, geldig btw-identificatienummer, rubriek 3b en opgaaf ICP.

  2. Amerikaanse corporation, B2B buiten de EU: € 8.000 voor consultancy. Volgens de hoofdregel geen Nederlandse btw en geen opgaaf ICP. Is de dienst in de Verenigde Staten belast, dan komt deze doorgaans niet in de Nederlandse btw-aangifte.

  3. Belgische particulier, live online training: € 500 voor een interactieve sessie met een docent. Dit is niet automatisch een elektronische dienst. Als geen uitzondering of vrijstelling geldt, is op basis van de B2C-hoofdregel Nederlandse btw verschuldigd.

  4. Australische particulier, geautomatiseerde online cursus: € 1.200 voor directe toegang tot vooraf opgenomen lesmateriaal. Dit kan een elektronische dienst zijn die buiten Nederland is belast. Dan rekent u geen Nederlandse btw, maar moet u wel beoordelen of Australische GST-verplichtingen ontstaan.

Deze voorbeelden laten zien waarom ‘online’ geen bruikbare btw-categorie is. De mate van automatisering, de rol van een docent en de status en locatie van de klant bepalen samen de uitkomst.

Wat zet u op de factuur en in de btw-aangifte?

Na het bepalen van de plaats van dienst moet de verwerking nog kloppen. De factuur, btw-aangifte, opgaaf ICP en eventuele OSS-aangifte moeten samen één consistent verhaal vormen.

De onderstaande tabel toont de gebruikelijke verwerking volgens de hoofdregels. Uitzonderingen kunnen tot een andere uitkomst leiden.

Situatie

Btw op de factuur

Vermelding

Nederlandse aangifte

ICP?

B2B binnen de EU, hoofdregel

Geen Nederlandse btw

‘Btw verlegd’ en btw-identificatienummer klant

Rubriek 3b

Ja

B2B buiten de EU, buiten Nederland belast

Geen Nederlandse btw

Bijvoorbeeld ‘dienst niet belast in Nederland’

Doorgaans niet opnemen

Nee

B2C binnen de EU, Nederlandse hoofdregel

Nederlandse btw, meestal 21% of 9%

Normale btw-specificatie

Rubriek 1a of 1b

Nee

B2C elektronische dienst, bestemmingsland

Btw van het land van de consument

Buitenlandse btw-specificatie

OSS-aangifte of lokale aangifte

Nee

B2C buiten de EU, Nederlandse hoofdregel

Nederlandse btw, meestal 21% of 9%

Normale btw-specificatie

Rubriek 1a of 1b

Nee

Dienst die door een uitzondering elders belast is

Afhankelijk van lokale regels

Lokale factuureisen of verlegging

Vaak niet in de Nederlandse aangifte

Nee, tenzij het een ICP-dienst is

Een veelgemaakte fout is het verwisselen van rubriek 3a en 3b. Rubriek 3b is bedoeld voor leveringen naar en diensten in andere EU-landen. Rubriek 3a is voor prestaties naar landen buiten de EU, maar diensten die volgens de plaats-van-dienstregels buiten de EU belast zijn, hoeven volgens de Belastingdienst doorgaans niet in de Nederlandse aangifte te worden opgenomen.

Twijfelt u over de rubricering, laat dan niet alleen de factuur beoordelen. Controleer ook of de opgaaf ICP en eventuele OSS-aangifte aansluiten. In het verschil tussen een accountant en een boekhouder leest u wie welke controle doorgaans uitvoert.

Wat verandert er als u de KOR gebruikt?

De Nederlandse KOR is geen algemene vrijstelling van internationale btw-regels. U moet nog steeds bepalen waar een dienst belast is en of een opgaaf ICP, buitenlandse registratie of andere verplichting geldt.

Een Nederlandse KOR-ondernemer kan bijvoorbeeld een B2B-dienst aan een Duitse ondernemer leveren waarop de B2B-hoofdregel van toepassing is. De dienst is dan in Duitsland belast en kan onder de verleggingsregeling vallen. De Nederlandse ondernemer kan daardoor nog steeds een opgaaf ICP moeten doen.

Sinds 1 januari 2025 bestaat daarnaast de EU-KOR. Daarmee kan een in Nederland gevestigde ondernemer onder voorwaarden een btw-vrijstelling toepassen in één of meer andere EU-landen. De totale jaaromzet in de EU mag daarvoor niet hoger zijn dan € 100.000, en per gekozen land gelden ook de nationale omzetgrens en lokale voorwaarden.

De Nederlandse KOR, EU-KOR en OSS zijn dus verschillende regelingen:

  • de Nederlandse KOR ziet op daarvoor kwalificerende omzet die in Nederland belast is;

  • de EU-KOR kan onder voorwaarden een vrijstelling geven in andere EU-landen;

  • OSS is een aangiftesysteem voor btw die juist wél in andere EU-landen verschuldigd is.

Zo houdt u internationale facturen ieder kwartaal correct

Bij internationale diensten zit het risico zelden in één spectaculaire fout. Het ontstaat vaker door kleine verschillen tussen de klantgegevens, factuurtekst, btw-aangifte, opgaaf ICP en OSS-aangifte.

Werk daarom met een vaste controle vóór iedere eerste factuur aan een nieuwe buitenlandse klant:

  1. Leg vast of de klant ondernemer of particulier is.

  2. Controleer het vestigings- of woonland en, bij EU-ondernemers, het btw-identificatienummer.

  3. Classificeer de dienst en controleer of een uitzondering geldt.

  4. Bepaal het land van heffing en het tarief of de verlegging.

  5. Koppel de factuur aan de juiste aangifterubriek, ICP of OSS.

  6. Bewaar bewijs van uw beoordeling in de administratie.

Wilt u dat uw internationale facturatie automatisch de juiste btw-behandeling, factuurtekst en aangifteclassificatie gebruikt? Plan een demo met Neno, dan bekijken we hoe uw huidige buitenlandse omzet wordt verwerkt.

Voor diensten die in Nederland belast zijn, moet u daarna nog het juiste tarief kiezen. Ons overzicht van diensten die onder het lage btw-tarief van 9% vallen helpt bij die vervolgstap.

Veelgestelde vragen

Bereken ik Nederlandse btw aan een zakelijke klant in Duitsland?

Meestal niet. Bij een B2B-dienst volgens de hoofdregel ligt de plaats van dienst in Duitsland. U factureert zonder Nederlandse btw, vermeldt ‘btw verlegd’, controleert het btw-identificatienummer en verwerkt de omzet in rubriek 3b en de opgaaf ICP.

Wat betekent ‘btw verlegd’ op een factuur?

De afnemer geeft de btw aan in het eigen land in plaats van dat u Nederlandse btw in rekening brengt. Vermeld ‘btw verlegd’ en, waar vereist, het btw-identificatienummer van de afnemer op de factuur.

Bereken ik Nederlandse btw aan een particulier in Frankrijk?

Volgens de B2C-hoofdregel wel. Voor onder meer elektronische diensten, diensten rond onroerende zaken, bepaalde evenementen en andere specifieke diensten gelden uitzonderingen. Controleer daarom eerst het type dienst.

Wat is OSS en wanneer heb ik het nodig?

OSS is een systeem waarmee u de btw over kwalificerende B2C-verkopen in meerdere EU-landen via één kwartaalaangifte kunt afdragen. Voor elektronische diensten en intracommunautaire afstandsverkopen kan de gezamenlijke grens van € 10.000 relevant zijn. OSS is niet verplicht als u kiest voor afzonderlijke lokale registraties, maar is vaak eenvoudiger.

Wat is de opgaaf ICP en wie moet deze doen?

De opgaaf ICP specificeert intracommunautaire leveringen en diensten per EU-afnemer. Levert u een B2B-dienst aan een EU-ondernemer waarop de verleggingsregeling volgens de hoofdregel van toepassing is, dan moet u die dienst meestal in de opgaaf ICP opnemen.

Moet ik het buitenlandse btw-identificatienummer controleren?

Ja, bij een EU-zakelijke klant is dat een belangrijke controle. Gebruik VIES en bewaar het resultaat. Is het nummer ongeldig, verzamel dan aanvullend bewijs of stel de factuur uit totdat de ondernemersstatus duidelijk is.

Wat gebeurt er als ik btw reken terwijl dat niet had gemoeten?

Meestal maakt u een creditfactuur en een nieuwe, correcte factuur. Ook moet u zo nodig de btw-aangifte corrigeren. Ten onrechte gefactureerde btw kan verschuldigd blijven totdat de factuur correct is hersteld.

Gelden internationale btw-regels ook als ik de KOR gebruik?

Ja. De KOR neemt de plaats-van-dienstregels niet weg. Een KOR-ondernemer kan nog steeds te maken krijgen met verlegging, een opgaaf ICP, buitenlandse btw-verplichtingen of de EU-KOR.

Bereken ik Nederlandse btw aan een klant in de Verenigde Staten?

Bij een zakelijke klant meestal niet, omdat de B2B-hoofdregel de dienst in het land van de klant plaatst. Bij een particuliere klant geldt juist als hoofdregel Nederlandse btw, maar voor onder meer advies, reclame, rechten en elektronische diensten bestaan belangrijke uitzonderingen.

Welke btw geldt voor diensten rond een pand in België?

Een dienst die voldoende rechtstreeks samenhangt met een specifiek pand in België is in beginsel in België belast. Afhankelijk van de klant en de Belgische regels kan lokale registratie of verlegging nodig zijn.

Portrait of Nick

Written by

Nick Knuppe

CEO en oprichter

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.

Wij regelen de administratie. Jij runt je bedrijf.