Belasting
Boekhouding
Het verlaagde btw-tarief in Nederland: welke goederen en diensten vallen onder de 9%?
Welke goederen en diensten komen in 2026 nog in aanmerking voor het Nederlandse btw-tarief van 9%? Bekijk de volledige lijsten, de tariefwijzigingen voor hotels en horeca, en de grensgevallen.
•
15 min.

Intro
Een verkeerd BTW-tarief op de factuur is een van de meest voorkomende fiscale fouten onder Nederlandse ondernemers. De gevolgen werken twee kanten op. Bereken je 21% terwijl 9% geldt, dan betaalt je klant te veel en ben je de te hoog gefactureerde BTW in beginsel toch verschuldigd totdat de factuur correct is hersteld. Bereken je 9% terwijl 21% geldt, dan ontstaat een tekort dat de Belastingdienst kan naheffen, mogelijk met belastingrente en een boete.
De kans op fouten is in 2026 groter geworden. Sinds 1 januari 2026 valt het verstrekken van logies in hotels, pensions, B&B's, vakantiehuisjes en vergelijkbare accommodaties onder 21% in plaats van 9%. Kampeergelegenheid bleef onder voorwaarden wel op 9%. Horecaondernemers die hun facturatie of reserveringssysteem niet hebben aangepast, kunnen daardoor iedere boeking met het verkeerde tarief verwerken.
In dit artikel lees je wat in 2026 nog onder het lage BTW-tarief valt, wat in 2025 en 2026 veranderde en welke grensgevallen de meeste vragen oproepen. Daarbij corrigeren we een belangrijk misverstand: eten in een restaurant en warm afhaaleten vallen in Nederland doorgaans gewoon onder 9%. Voor alcoholhoudende dranken geldt meestal 21%. Ook rekenen we uit wat de verhoging voor logies werkelijk betekent voor de kamerprijs en marge van een kleine accommodatie.
Waarom is het juiste BTW-tarief belangrijker dan je denkt?
Nederland kent het algemene tarief van 21%, het verlaagde tarief van 9% en het 0%-tarief. Het 0%-tarief kan onder meer gelden bij uitvoer en intracommunautaire leveringen aan ondernemers die aan de voorwaarden voldoen. Daarnaast bestaan BTW-vrijstellingen. Een vrijstelling is juridisch iets anders dan het 0%-tarief, omdat bij vrijgestelde prestaties doorgaans geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat.
Het lage tarief is geen vrije keuze. De wettelijke basis staat in Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Valt een belast goed of een belaste dienst niet onder het 9%-tarief of het 0%-tarief en geldt geen vrijstelling, dan is het uitgangspunt 21%. De precieze kwalificatie hangt soms niet alleen af van de naam van het product, maar ook van de kenmerken, het gebruik en de manier waarop verschillende prestaties worden aangeboden.
Bij een te hoog tarief is de oplossing niet dat een zakelijke afnemer de extra BTW zonder meer als voorbelasting aftrekt. BTW die ten onrechte op een factuur staat, is voor de afnemer in beginsel niet aftrekbaar. De leverancier moet de factuur corrigeren, het verschil aan de klant terugbetalen of verrekenen en de eigen BTW-aangifte herstellen. Zolang de te hoge BTW op de factuur staat, kan de leverancier deze op grond van de factureringsregels verschuldigd zijn.
Bij een te laag tarief heeft de leverancier te weinig BTW in rekening gebracht. De Belastingdienst kan het verschil naheffen en belastingrente berekenen. Een boete is afhankelijk van de omstandigheden. Ontdek je zelf een fout van meer dan €1.000 aan BTW, dan moet je sinds 1 januari 2025 zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 8 weken na ontdekking een suppletie indienen. Kleinere correcties tot en met €1.000 mag je doorgaans verwerken in de eerstvolgende aangifte. Controleer naast je tarieven daarom ook regelmatig wanneer je BTW-aangifte moet doen.
De wijziging voor logies is commercieel de grootste recente verschuiving. Vanaf 1 januari 2026 geldt 21% voor kortdurend verblijf in onder meer hotels, pensions, B&B's, vakantiehuisjes, stacaravans en short-stayappartementen. Een betaling die al in 2025 is ontvangen voor logies in 2026 valt eveneens onder 21%. Los aangeboden faciliteiten, zoals ontbijt of toegang tot een zwembad, kunnen nog onder 9% vallen. Bij een all-inprijs moet je de vergoeding dan op basis van de marktwaarden over de verschillende prestaties verdelen.
Veel verouderde artikelen noemen hotelovernachtingen nog bij het 9%-tarief of laten de ingangsdatum verkeerd zien. Controleer daarom niet alleen het standaard BTW-tarief in je software, maar ook arrangementen, vouchers, vooruitbetalingen, toeristenbelasting, ontbijt en andere afzonderlijke boekingsregels.
Welke goederen vallen in 2026 nog onder 9% BTW?
Het 9%-tarief geldt voor specifieke categorieën goederen die de wetgever onder het verlaagde tarief heeft gebracht. De hoofdcategorieën zijn voedingsmiddelen, water, sierteeltproducten, bepaalde geneesmiddelen en hulpmiddelen, kunstvoorwerpen in specifieke situaties, en boeken en periodieken.
Binnen iedere categorie bestaan voorwaarden. Een algemeen consumentenproduct wordt bijvoorbeeld niet automatisch een medisch hulpmiddel omdat het door iemand met een beperking wordt gebruikt. De onderstaande tabel geeft daarom voorbeelden en belangrijke uitzonderingen, geen vervanging voor de volledige wettelijke lijst.
Categorie | Wat valt doorgaans onder 9%? | Belangrijke uitzonderingen en aandachtspunten |
|---|---|---|
Voedingsmiddelen | Verse, bereide en houdbare eetwaren voor menselijke consumptie; niet-alcoholhoudende dranken; voedingssupplementen | Alcoholhoudende dranken meestal 21%; producten zonder voedingsfunctie kunnen buiten 9% vallen |
Water | Leidingwater en drinkwater dat als voedingsmiddel wordt verkocht | Water voor andere toepassingen kan anders worden behandeld |
Sierteeltproducten | Bloemen, planten, bloembollen en bepaalde boomkwekerijproducten | Kunstbloemen, gestabiliseerde bloemen en bepaalde bewerkte producten 21% |
Geneesmiddelen | Geneesmiddelen met een handelsvergunning en enkele wettelijk aangewezen producten | Cosmetica en producten zonder vereiste geneesmiddelenstatus doorgaans 21% |
Medische hulpmiddelen | Onder meer gehoorapparaten, bepaalde prothesen, verbandmiddelen, invalidenkrukken en kwalificerende rolstoelen | Gewone brillen en algemene consumentenproducten zijn niet automatisch 9%; kwalificatie is productspecifiek |
Boeken en periodieken | Gedrukte en kwalificerende digitale boeken, luisterboeken, kranten, tijdschriften en digitale edities | Software, games en publicaties die hoofdzakelijk reclame bevatten kunnen buiten het lage tarief vallen |
Kunstvoorwerpen | Onder voorwaarden levering door de maker of diens erfgenaam; bepaalde invoer en leveringen door niet-wederverkopers | Reguliere wederverkoop door een galerie vaak 21% of toepassing van de margeregeling |
Agrarische goederen | Sierteeltproducten en agrarische goederen die nog specifiek onder Tabel I vallen | Veel productiemiddelen, zoals vee, veevoer, pootgoed en zaden, zijn sinds 1 januari 2025 21% |
De wijziging voor agrarische goederen wordt nog regelmatig verkeerd weergegeven. Sinds 1 januari 2025 is het verlaagde tarief vervallen voor verschillende goederen die vooral als productiemiddel worden gebruikt, waaronder bepaalde dieren, veevoer, pootgoed en zaden. Het gaat niet om het verdwijnen van ieder agrarisch product uit het 9%-tarief. Sierteeltproducten zoals veel bloemen, planten en bloembollen staan nog steeds als afzonderlijke categorie op de lijst.
Lever je agrarische producten, controleer dan per artikelnummer en niet alleen per leveranciersgroep. Een leverancier kan zowel goederen van 9% als 21% op dezelfde factuur zetten. Nu bedrijven zich voorbereiden op meer gestructureerde factuurstromen, is dit een goed moment om de stamgegevens te herstellen. In ons artikel over e-facturatie in Nederland lees je wat die overgang praktisch vraagt.
Ook bij voedingssupplementen gaat online veel fout. Vitaminen, mineralen, vezeltabletten en kruidenpreparaten die als voedingsmiddel kwalificeren, vallen doorgaans onder 9%. Ze hoeven daarvoor niet eerst als geneesmiddel te zijn geregistreerd. Wordt een product als geneesmiddel verkocht, dan gelden weer de voorwaarden uit de Geneesmiddelenwet. In alcohol opgeloste kruidenpreparaten kunnen als alcoholhoudende drank onder 21% vallen.
De plaats van verkoop verandert het tarief van een los goed meestal niet. Een fles niet-alcoholhoudend drinkwater blijft in beginsel 9% in een supermarkt, automaat of minibar. Bij samengestelde aanbiedingen kan de behandeling wel veranderen. Een hotelarrangement met logies, ontbijt en toegang tot een attractie kan vanaf 2026 meerdere tarieven bevatten en moet mogelijk worden gesplitst.
Welke diensten vallen in 2026 nog onder 9% BTW?
Bij diensten geldt het verlaagde tarief voor een afgebakende groep activiteiten. Voorbeelden zijn personenvervoer, kappersdiensten, reparatie van fietsen, schoenen en kleding, bepaalde werkzaamheden aan woningen, kampeergelegenheid, culturele en recreatieve toegang, sportbeoefening en optredens van uitvoerende kunstenaars.
De omschrijving van de prestatie is belangrijk. Bij woningwerkzaamheden kan bijvoorbeeld 9% gelden voor arbeid en bepaalde gebruikte materialen, terwijl afzonderlijk geleverde materialen of andere onderdelen van dezelfde opdracht onder 21% vallen. Een correcte offerte en factuur moeten die delen dan splitsen.
Dienst | Wat valt doorgaans onder 9%? | Belangrijk detail |
|---|---|---|
Personenvervoer | Vervoer per trein, bus, tram, metro, taxi, veerpont en bepaalde scheepvaart | Goederen- en vrachtvervoer valt doorgaans onder 21% |
Kampeergelegenheid | Kortdurend aanbieden van plaatsen voor tenten en caravans en bepaalde kampeeraccommodaties | Bleef in 2026 9%; permanente bewoning valt niet onder deze regeling |
Werkzaamheden aan woningen | Schilderen, stukadoren, behangen en energiebesparend isoleren van woningen ouder dan 2 jaar; schoonmaak van woningen | Tarief verschilt per werkzaamheid en materiaal; woning moet voor permanente bewoning zijn bestemd |
Kappersdiensten | Kapperswerkzaamheden voor mensen | Honden- en huisdierentrimmen 21% |
Reparatiediensten | Reparatie van fietsen, schoenen, lederwaren, kleding en huishoudlinnen | Reparatie van bromfietsen en motoren doorgaans 21% |
Culturele en recreatieve toegang | Toegang tot musea, concerten, theater, bioscopen, dierentuinen en attractieparken | Organisatie van een besloten evenement kan 21% zijn; beoordeel de werkelijk geleverde prestatie |
Sport en baden | Gelegenheid geven tot sportbeoefening en toegang tot onder meer zwembaden en sauna's | Losse diensten zonder de vereiste sportaccommodatie of samenhang kunnen anders worden behandeld |
Uitvoerende kunstenaars | Optredens van musici, acteurs en andere kwalificerende uitvoerende kunstenaars | Niet iedere organisatorische of technische dienst deelt in het 9%-tarief |
Kappersdiensten en fietsenreparaties blijven in 2026 onder 9%. Ook het verlaagde tarief voor cultuur, media en sport is behouden. De eerdere plannen om verschillende categorieën naar 21% te brengen zijn voor deze onderdelen niet doorgegaan. Het is daarom onjuist om sportfaciliteiten in algemene zin als 21% te bestempelen: het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden kan juist onder 9% vallen.
Bij werkzaamheden aan woningen is extra precisie nodig. Voor schilderen en stukadoren van een kwalificerende woning ouder dan twee jaar geldt 9% ook voor de materialen die de uitvoerder daarbij gebruikt. Bij energiebesparende isolatie geldt 9% alleen voor de arbeidskosten; isolatiematerialen vallen onder 21%. Bij behangen vallen de arbeid, voorbereiding en hulpmaterialen zoals lijm onder 9%, maar het geleverde behang zelf onder 21%.
De woning moet bestemd zijn voor permanente bewoning door particulieren. Een tweede woning kan kwalificeren als permanente bewoning is toegestaan. Een vakantiewoning die uitsluitend voor kort recreatief verblijf is bestemd, kwalificeert niet automatisch. Dit staat los van de BTW-verhoging voor logies in 2026. Die wijziging heeft de renovatieregeling zelf niet aangepast.
Een goede product- en dienstcodering maakt je BTW-positie en openstaande posten beter controleerbaar. Ons artikel over het verschil tussen een accountant en boekhouder legt uit wie dit soort dagelijkse classificatievragen doorgaans behandelt.
Wat veranderde in 2025 en 2026 en voor wie?
In 2025 en 2026 veranderden twee onderdelen die veel ondernemers direct raken. Per 1 januari 2025 verviel het lage tarief voor verschillende agrarische productiemiddelen. Per 1 januari 2026 ging logies van 9% naar 21%, terwijl kortdurende kampeergelegenheid onder 9% bleef.
De wijziging voor logies vraagt meer dan één aanpassing van het hoofdtarief. Vooruitbetalingen, vouchers en arrangementen kunnen eveneens geraakt worden. De datum waarop het verblijf plaatsvindt is daarbij doorslaggevend voor vooruitbetalingen voor logies in 2026.
Wijziging | Ingangsdatum | Oud tarief | Nieuw tarief | Wie wordt geraakt? |
|---|---|---|---|---|
Bepaalde agrarische goederen, waaronder vee, veevoer, pootgoed en zaden | 1 januari 2025 | 9% | 21% | Agrariërs, veehandelaren en agrarische leveranciers |
Logies in hotels, pensions, B&B's, vakantiehuisjes en short-stayaccommodaties | 1 januari 2026 | 9% | 21% | Hotels, B&B's, vakantieparken, verhuurders en platforms |
Kortdurende kampeergelegenheid | 1 januari 2026 | 9% | 9%, ongewijzigd | Campingexploitanten |
De financiële impact hangt af van de manier waarop prijzen worden gecommuniceerd. Neem een B&B met €100.000 kameromzet inclusief BTW en ongewijzigde consumentenprijzen. Onder 9% bestond daarvan ongeveer €8.257 uit BTW: €100.000 × 9/109. Onder 21% bestaat ongeveer €17.355 uit BTW: €100.000 × 21/121. Bij dezelfde totaalprijs daalt de omzet exclusief BTW dus met ongeveer €9.098. Dat bedrag raakt rechtstreeks de brutomarge.
Kan de B&B het hogere tarief volledig doorberekenen, dan ziet de rekensom er anders uit. Bij een kamerprijs van €100 exclusief BTW betaalde de gast vroeger €109 en vanaf 2026 €121. De ondernemer houdt in beide gevallen €100 omzet exclusief BTW, maar de gastprijs stijgt met €12. In de praktijk kiezen accommodaties vaak voor een combinatie van een hogere prijs en een lagere marge.
Heb je na 1 januari 2026 nog 9% toegepast op logies, wacht dan niet op een vraag van de Belastingdienst. Breng de omvang van de fout per aangiftetijdvak in kaart, corrigeer facturen waar nodig en dien bij een verschil van meer dan €1.000 binnen 8 weken na ontdekking een suppletie in. Controleer arrangementen afzonderlijk, omdat ontbijt of los aangeboden faciliteiten nog 9% kunnen zijn terwijl het logiesdeel 21% is.
Waar liggen de grensgevallen bij het 9%-tarief?
De meeste fouten ontstaan niet bij duidelijk omschreven categorieën, maar bij combinaties en producten die op meerdere categorieën lijken. De aard van de prestatie, de productkenmerken en de manier waarop onderdelen samen worden aangeboden bepalen dan het tarief.
Vier grensgebieden komen in de praktijk vaak terug. Bij ieder grensgebied is het belangrijk de Nederlandse regels te volgen en niet uit te gaan van BTW-regels uit een ander EU-land. De Europese BTW-richtlijn biedt kaders, maar lidstaten passen niet overal dezelfde verlaagde tarieven toe.
Eten, horeca en afhalen
Eten en niet-alcoholhoudende dranken vallen in Nederlandse horecabedrijven doorgaans onder 9%, ook wanneer de klant ze ter plaatse nuttigt. Een restaurantmaaltijd is dus niet automatisch 21%. Alcoholhoudende dranken vallen meestal onder 21%, ook als ze samen met een maaltijd worden verkocht.
Ook warm afhaaleten en bezorgmaaltijden zijn doorgaans 9%. Het onderscheid tussen koud en warm of tussen direct en later consumeren bepaalt in Nederland niet standaard het BTW-tarief. Een snackbar die friet, een broodje en frisdrank verkoopt, berekent normaal 9% over deze producten. Voor bier of wijn op dezelfde bestelling geldt doorgaans 21%.
Een kassasysteem moet de bestelling daarom per artikel kunnen splitsen. Bij een all-inprijs voor eten en alcoholhoudende drank moet een zakelijke verdeling worden gemaakt. Dit grensgeval gaat dus vooral over alcohol, samengestelde prestaties en eventuele andere diensten, niet over de temperatuur van de maaltijd.
Boeken en software
Gedrukte boeken, kwalificerende e-books, luisterboeken en digitale educatieve informatie kunnen onder 9% vallen. Dat betekent niet dat ieder digitaal product met tekst een e-book is. Bij interactieve software, games en online platforms is de primaire functie bepalend. Een product dat hoofdzakelijk softwarefunctionaliteit levert, wordt niet door het label "cursusboek" automatisch een boek.
Digitale kranten en tijdschriften kunnen eveneens onder 9% vallen wanneer ze voldoen aan de voorwaarden voor periodieken. Publicaties die hoofdzakelijk of uitsluitend uit reclame bestaan, vallen buiten die regeling. Bij een abonnement dat publicaties combineert met software, coaching of communitytoegang moet worden beoordeeld of sprake is van afzonderlijke prestaties of één samengestelde prestatie.
Kunst van de maker en wederverkoop
Een kunstenaar die een kwalificerend kunstvoorwerp zelf heeft ontworpen en gemaakt, berekent bij levering doorgaans 9%. Dat tarief kan ook gelden bij levering door diens erfgenaam en in enkele andere wettelijk omschreven situaties.
Een galerie of kunsthandelaar die het werk doorverkoopt, kan niet alleen vanwege het kunstkarakter 9% toepassen. Afhankelijk van de inkoop en gekozen regeling geldt 21% over de verkoopprijs of de margeregeling, waarbij 21% over de winstmarge wordt berekend. Originele kunst moet bovendien voldoen aan de wettelijke productomschrijving. Een gebruiksvoorwerp wordt niet automatisch een kunstvoorwerp omdat een kunstenaar het heeft gemaakt.
Renovatie en de ouderdom van een woning
Schilderen, stukadoren, behangen en energiebesparend isoleren van een woning ouder dan twee jaar kunnen onder 9% vallen. De termijn wordt in de praktijk gekoppeld aan het moment waarop de woning voor het eerst in gebruik is genomen, niet simpelweg aan de datum van de oorspronkelijke bouwvergunning.
Bij een verbouwing kunnen meerdere tarieven op één factuur staan. Schilderwerk kan 9% zijn, het vervangen van kozijnen 21% en bij isolatie kunnen de arbeidskosten 9% zijn terwijl de materialen 21% zijn. Splits de offerte en factuur daarom op basis van de werkelijke prestaties en een verdedigbare prijsverdeling.
Bij transformatie van een kantoorpand naar woningen is het lage tarief niet automatisch beschikbaar alleen omdat het gebouw ouder dan twee jaar is. De bestemming, feitelijke werkzaamheden, ingebruikname en fiscale kwalificatie moeten afzonderlijk worden beoordeeld.
De praktische hoofdregel blijft dat je het 9%-tarief moet kunnen onderbouwen. Kun je een product of dienst niet plaatsen onder Tabel I, de officiële toelichting of gepubliceerde guidance van de Belastingdienst, dan is 21% het veilige wettelijke uitgangspunt. Maar gebruik 21% niet als vervanging voor onderzoek wanneer 9% waarschijnlijk geldt: te hoog gefactureerde BTW veroorzaakt eveneens correctiewerk en kan niet zonder meer door een zakelijke klant worden afgetrokken.
Ben je nog bezig met je rechtsvorm, registratie en eerste facturen? In ons artikel over een bedrijf starten in Nederland lees je waar de BTW-verplichtingen binnen het bredere oprichtingsproces passen.
Controleer je BTW-tarieven voordat de Belastingdienst dat doet
Het juiste BTW-tarief op iedere factuur lijkt een klein administratief detail, maar een fout vermenigvuldigt zich bij iedere verkoop en iedere aangifte. De wijzigingen van 2025 en 2026 maken duidelijk dat categorieën die jarenlang hetzelfde leken niet permanent vaststaan. Agrarische productiemiddelen en logies staan nu op een andere plek dan twee jaar geleden.
Wil je je facturatie en BTW-aangiften laten controleren op de actuele tarieven? Of wil je een systeem dat productcodes en tariefwijzigingen centraal beheert in plaats van afhankelijk te zijn van een oud factuursjabloon? Boek een demo, dan bekijken we je huidige inrichting. Ons team kan ook je boekhouding en salarisadministratie verzorgen of je bv oprichten met correcte BTW-instellingen vanaf de eerste factuur.
Veelgestelde vragen
Wat is het lage BTW-tarief in Nederland?
Het Nederlandse lage BTW-tarief is 9%. Het geldt voor een afgebakende lijst goederen en diensten in Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Valt een belaste prestatie niet onder 9% of 0% en geldt geen vrijstelling, dan is het uitgangspunt 21%.
Welke voedingsmiddelen vallen in Nederland onder 9% BTW?
Eetwaren en niet-alcoholhoudende dranken voor menselijke consumptie vallen doorgaans onder 9%. Dat omvat verse, bereide en houdbare producten en veel voedingssupplementen. Alcoholhoudende dranken zijn de belangrijkste uitzondering en vallen meestal onder 21%.
Berekenen restaurants 9% of 21% BTW?
Restaurants berekenen doorgaans 9% over eten en niet-alcoholhoudende dranken, ook bij consumptie ter plaatse. Voor alcoholhoudende dranken geldt meestal 21%. Bij een rekening met beide tarieven moet het kassasysteem de omzet splitsen.
Is afhaaleten in Nederland belast met 9% of 21% BTW?
Afhaaleten en bezorgmaaltijden vallen doorgaans onder 9%, ongeacht of het eten warm of koud is. Voor alcoholhoudende dranken geldt meestal 21%. De temperatuur of onmiddellijke consumptie vormt in Nederland niet de algemene scheidslijn die in sommige buitenlandse voorbeelden wordt gebruikt.
Veranderde het BTW-tarief voor hotels in 2026?
Ja. Sinds 1 januari 2026 geldt 21% voor kortdurend logies in onder meer hotels, pensions, B&B's, vakantiehuisjes en short-stayaccommodaties. Dat tarief geldt ook voor vooruitbetalingen in 2025 die betrekking hadden op logies in 2026 of later.
Berekenen campings na de wijziging in 2026 nog 9% BTW?
Ja. Het kortdurend aanbieden van kampeergelegenheid bleef onder 9% vallen. Kijk wel naar de feitelijke accommodatie en voorwaarden, want niet iedere verhuur op een campingterrein kwalificeert automatisch als kampeergelegenheid.
Vallen kappersdiensten in 2026 nog onder 9% BTW?
Ja. Kappersdiensten voor mensen vallen in 2026 nog onder 9%. Het trimmen van huisdieren is een andere dienst en valt doorgaans onder 21%.
Welk BTW-tarief geldt voor e-books en digitale kranten?
Kwalificerende e-books, digitale kranten en digitale tijdschriften vallen onder 9%, net als hun gedrukte equivalenten. Software, games en publicaties die hoofdzakelijk uit reclame bestaan, kwalificeren niet automatisch.
Wat gebeurt er als ik het verkeerde BTW-tarief bereken?
Bij een te laag tarief kan de Belastingdienst het verschil naheffen, met mogelijk belastingrente en een boete. Bij een te hoog tarief moet de leverancier de factuur en aangifte corrigeren; de afnemer mag ten onrechte gefactureerde BTW in beginsel niet aftrekken. Een correctie van meer dan €1.000 moet zo snel mogelijk en uiterlijk binnen acht weken na ontdekking via een suppletie worden gemeld.
Waar vind ik de officiële Nederlandse lijst voor 9% BTW?
De wettelijke lijst staat in Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. De Belastingdienst publiceert daarnaast actuele overzichten van goederen met 9% BTW en diensten met 9% BTW.

Written by
Nick Knuppe
CEO en oprichter
