Boekhouding
Boekhouding
Belasting
Gemiddelde regeling of verliesverrekening: wat is beter voor jou?
Twijfelt u tussen middeling of verliesverrekening? Ontdek hoe deze Nederlandse belastingregels verschillen en welke optie uw belastingaanslag het meest kan verlagen.
•
15 min.

Intro
De Nederlandse belastingwet kent verschillende regelingen die de gevolgen van wisselende inkomsten kunnen verzachten. Twee van de meest besproken, maar ook meest verwarde regelingen zijn middeling en verliesverrekening. Hoewel beide je belastingdruk kunnen verlagen, lossen ze een heel ander probleem op en gelden er volledig verschillende regels.
In 2026 is het belangrijker dan ooit om het verschil te begrijpen. De middelingsregeling is een aflopende mogelijkheid, waarvan nog maar één overgangsperiode over is. Verliesverrekening blijft daarentegen een vaste regeling binnen de Nederlandse belastingwetgeving. Weten welke regeling op jouw situatie van toepassing is, en of je misschien zelfs van beide gebruik kunt maken, kan een aanzienlijke belastingteruggave of belastingbesparing opleveren.
Twee Regelingen, Eén Probleem: Wisselende Inkomsten
De Nederlandse inkomstenbelasting is progressief. Dat betekent dat je over een deel van je inkomen een hoger belastingpercentage betaalt naarmate je meer verdient. Iemand die €20.000 in het ene jaar verdient en €80.000 in het volgende jaar, betaalt daardoor vaak meer belasting dan iemand die in beide jaren €50.000 verdient, terwijl het totale inkomen exact hetzelfde is.
Dat zorgt voor een nadeel voor ondernemers, freelancers en werknemers waarvan het inkomen sterk schommelt.
Om dit effect te beperken kent de Nederlandse belastingwet twee verschillende regelingen, maar ze werken op een totaal andere manier.
Middeling spreidt je belastbare inkomen achteraf over een vaste periode van drie jaar. Wanneer je inkomen in die periode sterk fluctueerde, kun je mogelijk een eenmalige belastingteruggave ontvangen.
Verliesverrekening werkt anders. Hierbij wordt een daadwerkelijk fiscaal verlies verrekend met winst uit een ander jaar, waardoor je in dat jaar minder belasting betaalt.
Het belangrijkste verschil in 2026 is daarom:
Middeling is een aflopende regeling. Er is nog maar één laatste overgangsperiode waarvoor een verzoek kan worden ingediend.
Verliesverrekening is een blijvende regeling. Deze blijft onderdeel van de Nederlandse belastingwetgeving voor zowel ondernemers in de IB als ondernemingen die onder de VPB vallen.
Wanneer je inkomen van jaar tot jaar sterk wisselt, helpt het om eerst te begrijpen hoeveel belasting je betaalt. Dan wordt ook duidelijk waarom deze regelingen bestaan.
Middeling: De Laatste Kans En Wie Er Nog Gebruik Van Kan Maken
De middelingsregeling is per 1 januari 2023 afgeschaft voor nieuwe middelingsperioden.
Via het overgangsrecht blijft echter nog één laatste mogelijkheid bestaan.
De enige periode waarvoor je nog een verzoek kunt indienen bestaat uit:
2022, 2023 en 2024.
Andere combinaties van jaren zijn niet meer toegestaan.
De voorwaarden zijn als volgt.
Voorwaarde | Uitleg |
Laatste middelingsperiode | Alleen 2022, 2023 en 2024. Andere combinaties zijn niet meer mogelijk. |
Soort inkomen | Alleen Box 1-inkomen: loon, winst uit onderneming (IB) en DGA-salaris |
Voorwaarde | Voor alle drie de jaren moet een definitieve aanslag zijn vastgesteld |
Drempelbedrag | €545. Is het voordeel lager, dan ontvang je geen teruggaaf |
Aanvraagtermijn | Binnen 36 maanden nadat de aanslag over 2024 onherroepelijk is geworden |
Aanvragen | Via een schriftelijk verzoek aan de Belastingdienst. Er bestaat geen officieel digitaal aanvraagformulier |
Box 2-dividend | Wordt nooit meegenomen. Dividend valt in Box 2 en komt niet in aanmerking voor middeling |
Veel ondernemers denken dat het in 2026 al te laat is om nog gebruik te maken van middeling.
Voor veel mensen is juist het tegenovergestelde waar.
De termijn van 36 maanden begint namelijk pas te lopen zodra de definitieve aanslag over 2024 onherroepelijk is geworden. Dat is meestal zes weken nadat de aanslag is opgelegd, zolang er geen bezwaar wordt gemaakt.
Veel ondernemers ontvingen hun definitieve aanslag over 2024 pas eind 2025 of zelfs in 2026.
Daardoor is 2026 voor veel ondernemers juist het moment waarop zij voor het eerst een middelingsverzoek kunnen indienen, in plaats van het moment waarop de regeling al is verlopen.
Controleer daarom altijd de datum van je definitieve aanslag over 2024 voordat je ervan uitgaat dat je geen gebruik meer kunt maken van de regeling.
Ondernemers die de overstap maakten van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap na het starten van een bedrijf in Nederland behoren tot de groepen die het vaakst profiteren van deze laatste overgangsregeling, omdat hun belastbare inkomen in de periode 2022 tot en met 2024 vaak sterk veranderde.
Wie Profiteert Het Meest Van Middeling?
Middeling levert alleen een belastingteruggave op wanneer het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde belasting en de opnieuw berekende belasting hoger is dan het drempelbedrag van €545.
In de praktijk betekent dit dat hoe groter de inkomensschommelingen waren tussen 2022 en 2024, hoe groter de kans is dat middeling een interessante belastingteruggave oplevert.
De reden daarvoor is eenvoudig.
De Nederlandse inkomstenbelasting in Box 1 is progressief.
Wanneer een groot deel van je inkomen in één uitzonderlijk goed jaar valt, betaal je relatief meer belasting dan wanneer datzelfde inkomen gelijkmatig over meerdere jaren zou zijn verdeeld.
Middeling berekent opnieuw hoeveel belasting je zou hebben betaald als je Box 1-inkomen in alle drie de jaren gelijk was geweest.
Situaties waarin middeling vaak interessant is, zijn onder andere:
De overstap van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap, waarbij één jaar weinig of geen ondernemersinkomen bevatte.
Een ZZP-ondernemer die een uitzonderlijk goed laatste jaar had voordat hij besloot zijn ZZP om te zetten naar een BV.
Een eenmalige grote opdracht of bonus waardoor één belastingjaar veel hoger uitviel dan normaal.
Een DGA waarvan het salaris in 2022 nog relatief laag was en in 2024 aanzienlijk hoger lag.
Jaren waarin sprake was van ouderschapsverlof, ziekte of een sabbatical.
De berekening is relatief eenvoudig.
Eerst wordt het belastbare Box 1-inkomen van alle drie de jaren bij elkaar opgeteld.
Vervolgens wordt dit totaal door drie gedeeld.
Daarna wordt opnieuw berekend hoeveel belasting je in ieder jaar zou hebben betaald op basis van dat gemiddelde inkomen. Dat bedrag wordt vergeleken met de belasting die daadwerkelijk is betaald.
Is het verschil hoger dan €545, dan kun je mogelijk gebruikmaken van de middelingsregeling.
De Belastingdienst maakt uiteindelijk de officiële berekening nadat je een verzoek hebt ingediend.
Het is echter verstandig om vooraf zelf een globale berekening te maken, zodat je weet of een aanvraag waarschijnlijk de moeite waard is.
Voor DGA's is er nog een belangrijk onderscheid.
Het DGA-salaris komt wél in aanmerking voor middeling, omdat dit onder Box 1 valt.
Dividenduitkeringen daarentegen vallen onder Box 2 en worden nooit meegenomen in de middelingsberekening.
Wanneer je bepaalt hoeveel salaris en dividend je uit je BV wilt halen, is het daarom verstandig om ook het verschil tussen DGA salaris versus dividend te begrijpen. Alleen het salaris kan namelijk onderdeel zijn van een middelingsverzoek.
Verliesverrekening: De Blijvende Regeling Met Verschillende Regels Voor IB En VPB
In tegenstelling tot middeling blijft verliesverrekening een vast onderdeel van de Nederlandse belastingwetgeving.
Maakt je onderneming verlies, dan hoeft dat verlies niet verloren te gaan.
In veel gevallen kun je het verrekenen met winst uit een ander jaar, waardoor je uiteindelijk minder belasting betaalt.
De regels verschillen echter aanzienlijk, afhankelijk van de manier waarop je onderneming wordt belast.
Ondernemers met een eenmanszaak of VOF vallen onder de IB (inkomstenbelasting).
Een BV valt onder de VPB (vennootschapsbelasting).
Hoewel beide systemen verliesverrekening kennen, gelden er verschillende voorwaarden.
Onderdeel | IB (eenmanszaak, VOF) | VPB (BV) |
Carry back | 3 jaar | 1 jaar |
Carry forward | Maximaal 9 jaar | Onbeperkt (sinds 2022) |
50%-beperking | Niet van toepassing | Geldt boven €1.000.000 belastbare winst |
Verrekening tussen boxen | Box 1-verliezen kunnen alleen met Box 1-inkomen worden verrekend, nooit met Box 2 of Box 3 | Niet van toepassing. Binnen de VPB bestaat geen boxensysteem |
Niet-gebruikte verliezen | Vervallen definitief na 9 jaar | Vervallen niet onder de huidige carry-forwardregels |
Voor ondernemers in de IB is vooral de maximale termijn van negen jaar belangrijk.
Stel dat een ZZP-ondernemer tijdens de eerste jaren van zijn onderneming aanzienlijke verliezen lijdt.
Die verliezen kunnen toekomstige belasting verlagen, maar alleen wanneer er binnen de daaropvolgende negen jaar voldoende Box 1-winst wordt behaald.
Verliezen die daarna nog niet zijn gebruikt, vervallen definitief.
Voor een BV ligt dat anders.
Verliezen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar toekomstige jaren.
Alleen wanneer de belastbare winst boven de €1.000.000 uitkomt, geldt een beperking voor het bedrag dat in één jaar met oude verliezen mag worden verrekend.
Voor ondernemers die verwachten dat het meerdere jaren duurt voordat hun onderneming structureel winstgevend wordt, vormt dit één van de belangrijkste fiscale voordelen van een BV ten opzichte van een eenmanszaak.
Twijfel je welke ondernemingsvorm het beste past bij jouw situatie? Dan is het verstandig om ook het verschil tussen een BV of eenmanszaak te bekijken. De regels rondom verliesverrekening kunnen daarbij net zo belangrijk zijn als de belastingtarieven zelf.
Praktijkvoorbeeld En De Voorlopige Verliesverrekening
De eenvoudigste manier om het verschil tussen middeling en verliesverrekening te begrijpen, is door beide regelingen toe te passen op dezelfde ondernemer.
Hoewel ze een ander probleem oplossen, sluiten ze elkaar niet uit.
In sommige situaties kun je zelfs van beide regelingen profiteren.
Neem het volgende voorbeeld.
Situatie
Een ondernemer zegt halverwege 2022 zijn baan op en start een ZZP-eenmanszaak.
Zijn belastbare Box 1-inkomen ziet er als volgt uit:
2022: €28.000 (deels loon, deels winst uit onderneming)
2023: -€6.000 (verlies door investeringen in de opstartfase)
2024: €72.000 (een sterk winstgevend jaar)
De vraag is:
Welke regeling pas je als eerste toe?
Het antwoord is verliesverrekening.
Omdat 2023 een daadwerkelijk fiscaal verlies oplevert, wordt dit verlies eerst verrekend met positieve Box 1-inkomsten uit eerdere jaren volgens de normale carry-backregels.
Hierdoor betaal je minder belasting over die eerdere jaren of ontvang je een belastingteruggave.
Pas daarna kijk je of de aangepaste inkomensverdeling nog steeds interessant is voor middeling.
Ook na de verliesverrekening kan het verschil tussen de lagere inkomensjaren en het sterke jaar 2024 nog groot genoeg zijn om boven het drempelbedrag van €545 uit te komen.
Dat betekent dat dezelfde ondernemer mogelijk van beide regelingen gebruik kan maken.
De volgorde is daarbij belangrijk.
Pas eerst de verliesverrekening toe.
Bekijk vervolgens het aangepaste Box 1-inkomen.
Controleer daarna of middeling nog steeds een belastingteruggave oplevert.
De Cashflowregeling Waar Bijna Niemand Over Praat
Eén van de minst bekende onderdelen van de Nederlandse belastingwet is de voorlopige verliesverrekening.
Veel ondernemers denken dat zij moeten wachten totdat de Belastingdienst de volledige aangifte van het verliesjaar heeft verwerkt voordat zij belasting terugkrijgen.
Dat is niet altijd nodig.
Nadat je aangifte hebt gedaan over het verliesjaar, kun je verzoeken om maximaal 80% van het aangegeven verlies alvast te verrekenen met een eerder onherroepelijk vastgestelde aanslag.
Daardoor ontvang je een deel van de belastingteruggave maanden eerder, terwijl de definitieve aanslag nog wordt behandeld.
Voor groeiende ondernemingen kan deze snellere teruggaaf een groot verschil maken voor de liquiditeit.
Twijfel je of middeling, verliesverrekening of voorlopige verliesverrekening voor jouw situatie interessant is? Dan kan een ervaren accountant of boekhouder helpen om te bepalen welke regeling het meeste voordeel oplevert.
Hoe Vraag Je Beide Regelingen Aan?
Hoewel middeling en verliesverrekening vaak in één adem worden genoemd, verlopen de aanvragen volledig verschillend.
Middeling Aanvragen
Voor een middelingsverzoek doorloop je de volgende stappen:
Controleer of de definitieve aanslagen over 2022, 2023 en 2024 allemaal zijn vastgesteld.
Controleer of de aanslag over 2024 onherroepelijk is geworden.
Maak een globale berekening om te bepalen of het belastingvoordeel hoger is dan €545.
Dien vervolgens een schriftelijk verzoek in bij de Belastingdienst waarin je de drie belastingjaren vermeldt.
Voor middeling bestaat op dit moment geen officieel digitaal aanvraagformulier.
Vergeet daarnaast niet dat je verzoek binnen 36 maanden moet zijn ingediend nadat de aanslag over 2024 onherroepelijk is geworden.
Verliesverrekening Voor Ondernemers In De IB
Voor ondernemers die onder de IB vallen, wordt verliesverrekening meestal automatisch verwerkt zodra je een aangifte indient waarin een fiscaal verlies is opgenomen.
Wil je gebruikmaken van voorlopige verliesverrekening, dan dien je na het indienen van de aangifte een schriftelijk verzoek in bij jouw belastingkantoor.
Vermeld daarin:
Het bedrag van het verlies.
Het belastingjaar waarin het verlies is ontstaan.
Het eerdere belastingjaar waarmee je het verlies wilt verrekenen.
Verliesverrekening Voor Een BV
Voor een BV die onder de VPB valt, geldt hetzelfde principe.
Na het indienen van de VPB-aangifte over het verliesjaar kun je verzoeken om voorlopige verliesverrekening, waarbij maximaal 80% van het aangegeven verlies alvast wordt verrekend voordat de definitieve aanslag is opgelegd.
Hierdoor komt een belastingteruggave vaak aanzienlijk eerder beschikbaar.
Je kunt daarnaast altijd een verliesverrekeningsoverzicht opvragen bij de Belastingdienst.
Daarin zie je:
Welke verliezen al zijn verrekend.
Welke verliezen nog beschikbaar zijn.
Op welke belastingjaren deze betrekking hebben.
Voor ondernemers in de IB is dit overzicht extra belangrijk, omdat niet-benutte verliezen na negen jaar definitief vervallen.
Welke Regeling Past Bij Jouw Situatie?
Middeling en verliesverrekening zijn allebei bedoeld om de fiscale gevolgen van wisselende inkomsten te beperken, maar ze lossen verschillende problemen op.
Middeling is een tijdelijke regeling waarvoor alleen de overgangsperiode 2022 tot en met 2024 nog openstaat.
Verliesverrekening blijft daarentegen een vast onderdeel van de Nederlandse belastingwet en helpt ondernemers om verliezen te verrekenen met winsten uit andere jaren.
Weten welke regeling op jouw situatie van toepassing is, en in welke volgorde je deze toepast, kan een aanzienlijk belastingvoordeel opleveren.
Bij Neno kijken we verder dan alleen je belastingaangifte. Met onze AI-native boekhouding en salarisadministratie combineren we boekhouding, belastingadvies en proactief financieel inzicht, zodat je geen fiscale kansen laat liggen.
Of je nu een ZZP-ondernemer bent, een groeiende BV runt of twijfelt welke ondernemingsvorm het beste bij jouw plannen past, wij helpen je graag verder.
Wil je jouw fiscale positie optimaliseren? Bekijk onze diensten voor boekhouding en salarisadministratie of plan een gesprek met één van onze specialisten.
Veelgestelde Vragen
Is middeling in 2026 nog mogelijk?
Ja. Hoewel de middelingsregeling voor nieuwe perioden is afgeschaft per 1 januari 2023, kun je onder het overgangsrecht nog een verzoek indienen voor de vaste periode 2022, 2023 en 2024, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan.
Welke jaren kan ik nog middelen?
Alleen 2022, 2023 en 2024 komen nog in aanmerking. Andere combinaties van jaren zijn niet meer toegestaan.
Wat is het drempelbedrag voor middeling?
Het berekende belastingvoordeel moet hoger zijn dan €545. Is het voordeel lager, dan ontvang je geen belastingteruggave.
Kan een DGA gebruikmaken van middeling?
Ja. Het DGA-salaris valt onder Box 1 en kan worden meegenomen in de middelingsberekening. Dividend valt onder Box 2 en telt nooit mee.
Wat is het verschil tussen verliesverrekening in de IB en de VPB?
Ondernemers in de IB kunnen verliezen drie jaar terug en maximaal negen jaar vooruit verrekenen.
Een BV kan verliezen één jaar terug en vervolgens onbeperkt vooruit verrekenen, waarbij boven €1.000.000 belastbare winst een 50%-beperking geldt.
Vervallen niet-gebruikte verliezen?
Bij de IB wel. Niet-benutte verliezen vervallen definitief na negen jaar.
Binnen de VPB vervallen verliezen onder de huidige regels niet meer.
Kan ik middeling en verliesverrekening combineren?
Ja. Eerst wordt de verliesverrekening toegepast. Daarna kun je beoordelen of het aangepaste inkomen nog steeds in aanmerking komt voor middeling.
Wat is voorlopige verliesverrekening en waarom is het interessant?
Met voorlopige verliesverrekening kun je maximaal 80% van een aangegeven verlies alvast verrekenen met een eerder onherroepelijk vastgestelde aanslag. Hierdoor ontvang je een belastingteruggave vaak maanden eerder, wat de cashflow van je onderneming aanzienlijk kan verbeteren.

Written by
Nick Knuppe
CEO en oprichter
